Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als de bastvezel volgroeid is, bevat het inwendige geen levend protoplasma meer, de enge ruimte van binnen is met lucht, in enkele gevallen met een waterig vocht gevuld, en zulk een cel is dan niet meel' geschikt, om verder te groeien, kan evenmin meer dienen bij de opneming en het vervoer van het voedsel of ter produceering van organische verbindingen, noch kan zij gebruikt worden bij de omzetting en het vervoer der gevormde stoffen, maar zij heeft dan alleen een architectonische beteekenis. Voor de haar in dit opzicht gestelde taak is zij nu echter uitstekend berekend. Haar stevigheid en elasticiteit zijn buitengewoon. Men heeft berekend, dat het draagvermogen der bastvezels voor een vierkante millimeter oppervlakte der dwarse doorsnede tusschen 1 •"> en '20 KG bedraagt, dus gelijk staat met dat van smeedijzer, en dat het draagvermogen van den bast van vele planten zelfs gelijk te stellen is met dat van staal. Daarbij hebben de bastvezels boven het ijzer nog het voordeel van een veel grootere buigzaamheid; zij zullen daarom nog minder spoedig breken dan ijzer, en het wordt, als men al deze eigenschappen in aanmerking neemt, verklaarbaar. waarom de menschen sinds overoude tijden de bastvezels van vele planten tot weefsels, band, touw en dergelijke dingen met voordeel hebben gebruikt.

Van de bastvezels verschillen slechts weinig de houtvezels, die men ook libriformvezels heeft genoemd. Terwijl de bastvezels een der gewichtigste bestanddeelen van den bast uitmaken, vormen de houtvezels een belangrijk element in het boutlichaam van die stammen, die jaarlijks op het reeds gevormde hout een nieuwe laag liout van de zijde van liet cambium afzetten, op die wijze in omvang toenemen en op de dwarse doorsnede zoogenaamde jaarringen vertoonen. Hun lengte wisselt af tusschen 0,:? en 1,:5 millimeters, en in het algemeen zijn dus de houtvezels korter dan de bastvezels. Ook zijn hun wanden in den regel nog meer verdikt, maar overigens is het moeilijk, een scherpe grens tusschen beide vormen van cellen te trekken. Als een houtvormende stam in de dikte is gegroeid en aan den omtrek zich een dorre, droge schorslaag heeft gevormd, dan is de rol, die de bastvezels hebben gespeeld, ten einde; dan nemen de houtvezels de taak over, die in de jonge loten van dien stam was opgedragen aan de bastvezels.

Als bijzondere vorm van steunend weefsel worden door vele planten bastbundels gevormd, die collenchym genoemd worden, ter onderscheiding van de bundels, die uit bastvezels bestaan en srlerenchym boeten. l)e cellen, die het col lenchy m-weefsel samenstellen, zijn langgerekt en op dezelfde wijze met elkander verbonden als de bastvezels; zij onderscheiden zich van deze echter en ook van de houtvezels, doordien de verdikking hunner wanden geen gelijkmatige is. Slechts daar, waar drie of vier dezer cellen met hun lange zijden aan elkander grenzen, is de wand zeer verdikt ; op andere plaatsen echter blijft de wand, dien twee aan elkaar grenzende cellen gemeenschappelijk hebben, dun. en het geheele weefsel laat zich vergelijken met een bouwwerk, waarin dikke hoofdmuren met dunne tusschenschotten afwisselen en waar de dunne muren, doordat zij op sommige plaatsen door pilasters verdikt zijn, een groote draagkracht verkrijgen.

Sluiten