is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een ander verschil tusschen de cellen van het collenchym en de bastvezels en houtvezels is daarin gelegen, dat in het inwendige der collenchyincellen liet protoplasma in leven blijft, dat daarin niet zelden chlorophylkorrels zijn gelegen, dat het een gedeelte der voor den groei benoodigde stoffen dooide dunne plaatsen der wanden uit de buurt betrekken en tot bouwstoffen kan verwerken: dat in één woord het collenchym nog het vermogen bezit te kunnen groeien. Daarmee is ook liet voordeel verklaard, dat de collenchymcellen bezitten boven de bastvezels en de houtvezels of libriform'vezels. Deze laatste hebben beide, als ze eens volgroeid zijn. het vermogen, 0111 zich verder te ontwikkelen, verloren en zouden dus in een stengel, die nog in de lengte moet groeien, als architectonische elementen slecht op hun plaats zijn; ze zouden öf den lengtegroei der andere weefsels hinderen, öf door de kracht der andere, in de lengte groeiende cellen scheuren, dus in beide gevallen een ongewenschte rol spelen. De collenchymcellen daarentegen zijn nog voor ontwikkeling vatbaar; kunnen samen met andere weefsels langer worden en verder groeien, en zijn te vergelijken met de stelling rondom een gebouw van veel verdiepingen, die men altijd slechts in die mate liooger optrekt, als noodig is voor den verderen bouw van 't geheel.

I egenover bastvezels en houtvezels is het collenchym echter in zoo ver in liet nadeel, dat de absolute stevigheid iets geringer is, doordien liet draagvermogen voor den vierkanten millimeter dwarse doorsnede slechts ld tot 12 K.(t. bedraagt. Evenzoo is de elasticiteit van 't collenchym veel geringer. Waar echter bast- en houtvezels om de boven aangevoerde redenen niet geschikt zouden zijn, treedt liet collenchym ervoor in de plaats. Men kan daarom ook niet zeggen, dat bastvezels en houtvezels gewichtiger zijn dan het collenchym; ieder van die weefsels is op zijn manier van groote architectonische beteekenis, en nu eens is het eene, dan het andere 't meest gewenscht.

Wat nu de rangschikking of plaatsing betreft van liet nu eens in den vorm van bastvezels, dan in dien van houtvezels of in dien van collenchym optredend steunweefsel, het vertoont zich veelal als bundels, die evenwijdig loopen aan de lengteas van den stengel. Loopen ze daarbij in 't midden van den stengel of stam, dan is dat voor rechtopstaande stengels of stammen volstrekt niet voordeelig, want daar kunnen ze zoo goed als niets bijdragen tot de stevigheid, zooals uit de volgende overwegingen zal blijken.

Denken wij ons een horizontalen, cylindervonnigen, aan beide einden op stevige steunsels rustenden stam, in het midden belast, dan zal die ten gevolge der belasting zich naar beneden krommen, hij zal daarbij aan de hol geworden zijde iets verkort, aan den convex geworden onderkant een weinig verlengd worden; aan de verkorte zijde zal zich een spanning door samendrukking, aan den verlengden kant een spanning door uitrekking doen gelden, en deze spanningen zullen juist aan den omtrek, dus aan den boven- en den onderkant van den stam het grootst zijn. Naar het midden van den stam nemen deze tegengestelde werkende spanningen af, juist in het midden heffen zij elkaar zelfs volkomen op. Opdat een stam zoo stevig mogelijk zij, is liet dus noodig, dat de steunende weefsels aangebracht