Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neemt niet in dezelfde verhouding toe en af. Zeer groote bloeiwijzen hebben vaak zeer kleine bloemen en omgekeerd; een algemeene regel laat zich echter in dit opzicht niet stellen. Bij dezelfde grootte vertoont de bloeiwijze van l'aulownia imperialis |een boom van de familie der Bignoniaceeën, met licht paarse bloemen, bij ons wel als sierboom gekweekt, ook wel Paulownia tomentom genoemd] 100 groote, die van Spiraea Arnncus 10.000 kleine bloemen. De boven besproken en afgebeelde palm Corypha umbracitlifera moet wel ongeveer 100.000 bloemen in zijn reuzenbouquet hebben. Mij enkelvoudige cyma's komt het menigmaal voor, dat de middelste bloem zich niet ontwikkelt, zoodat dan de geheele bloeiwijze uit een paar, meestal eigenaardig vergroeide bloemen bestaat, zooals bij vele soorten van 't geslacht Kamperfoelie, bij voorbeeld bij L onicera alpigena, coerulea, nigra, xylosteum te zien is. Bij veel Acanthaceeën. Wi ndeachtigen en Leeu we bek ach ti gen neemt men daarentegen waar, dat van de drie bloemen van een enkelvoudig bijscherm de beide zijdelingsche bloemknoppen worden onderdrukt, en dat alleen de middelste tot ontwikkeling komt, in welk geval dan de gansche bloeiwijze slechts door een enkele bloem wordt vertegenwoordigd.

De bloembodem, waarvoor wetenschappelijk de namen podium, torus, receptaculum en thalamus in gebruik zijn, het gedeelte van den stengel, dat de eigenlijke bloemdeelen draagt, is in vergelijking met den bloemsteel een weinig verdikt, en kan schijf- of kegelvormig zijn. Is het einde der as, dat het vruchtbeginsel draagt, 1>ij do aanhechtingsplaats der bloembekleedselen en meeldraden een weinig verdikt, en wordt dit einde van die plaats af tot den top weer gelijkmatig dunner, dan spreekt men van een kege 1 vormigen bloembodem of conopot.ltum. Deze is zeer verlengd en draagt dan gewoonlijk talrijke, dicht opeengedrongen vruchtbeginsels, bijvoorbeeld bij Myositrus minimus, Muizenstaart, zie achterstaande afbeelding, Fitj.2. In andere gevallen is hij zeer kort, halfbolvormig of plaatvormig en draagt slechts een enkelen vruchtknop. die van binnen talrijke zaadknoppen bevat, zooal.s 't geval is met de hierachter in Fiy. <> afgebeelde Bixa Orellana | de plant waarvan de zaden de bekende kleurstof „Orlean" leveren. |

In tegenstelling tot den altijd zeer eenvoudig gebouwden kegelvormigen bloembodem, kan de schijfvormige bloembodem, discopodium, zich op zeer verschillende manieren voordoen. De top der as, die het vruchtbeginsel draagt, heeft hierbij altijd een rand van vleezig weefsel, waarvan de bloembekleedselen en de meeldraden uitgaan. In vele gevallen komt de voet van het vruchtbeginsel boven het omringende weefsel uit, zooals bij de bloemen van den He meiboom, Ailantltus ylandulosa, hierachter afgebeeld in Fiy. 1; meestal echter blijft de het vruchtbeginsel dragende top in groei terug, terwijl het vleezige weefsel eromheen hooger wordt en de gedaante aanneemt van een het vruchtbeginsel omgevenden beker of krater. Men ziet dan het vruchtbeginsel op den bodem van dien beker.

De meeldraden en meestal ook de bloembekleedselen ontspringen dan op den rand van den beker en wel boven den voet van het op den bodem van

Sluiten