Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bladeren. Men spreekt dan van bij wortels of ad ventief wortels, radices adventitiae.

Wanneer wortels ontstaan aan een bebladerden stengel, valt bijna altijd op te merken, dat de plaatsen van hun oorsprong gelegen zijn dichtbij de plekken, waarvan bladeren uitgaan. Bij planten, die op andere planten leven, met name bij de op de schors van boomen levende Aroïdeeën en Orchideeën, ziet men ze soms zóó verspreid, dat op nauwkeurig bepaalde gedeelten van den stengel steeds een enkele wortel, een paar wortels of een bundel ervan zich hebben ontwikkeld. Elk stengellid heeft, om zoo te zeggen, bij zulke planten zijn eigen wortels, is daardoor van naburige stengelleden zoo goed als onafhankelijk, en kan voor 't geval, dat één of beide aangrenzende stengelleden door de een of andere reden mochten afsterven, zelfstandig in het leven blijven. Bij op den grond liggende, kruipende stengels, met name bij de uitloopers en wortelloten, ontspringen de wortels altijd alleen op de knoopen, dus aan 't begin van een stengellid, zooals de afbeelding van Hydrocotyle vulgaris op blz. 375 laat zien. Ook bij die onderaardsche stengels, die wortelstokken of rkizoma'* worden genoemd, ziet men de wortels op dergelijke wijze verdeeld. Als de oudere leden van deze uitloopers en wortelstokken van achteren afsterven, dan lijden daardoor de in leeftijd op hen volgende geen nadeel, want zij zijn reeds voorzien van eigen wortels en met die hulp verschaffen zij zich al, wat ze noodig hebben aan water en voedingszouten, terwijl ze er tevens door in den grond worden bevestigd. De algemeene symmetrie echter en de geometrisch zoo juist geregelde plaatsen van aanhechting, zooals zij bij de bladeren zich vertoonen, worden bij de meeste wortels gemist.

De taak, aan de wortels opgedragen, is tweeledig; zij bestaat ten eerste uit het opzuigen en liet vervoer van water en van in het water opgeloste voedingsstoffen, en ten tweede uit het vasthouden van de geheele plant op de onderlaag. In de meeste gevallen wordt deze dubbele functie door dezelfde wortels waargenomen. Soms heeft echter een verdeeling van arbeid plaats en wel zoo, (hit een deel der wortels alleen dienen voor het opnemen van voedsel en een ander deel enkel voor de bevestiging. Zoo heeft bij voorbeeld Tecoma radkans tweeërlei wortels, vooreerst onderaardsche, die water en voedingszouten uit den grond opzuigen, en dan nog de op blz. 1H7 afgebeelde hechtwortels, waardoor de lichtschuwe loten bevestigd worden op plaatsen, waar van de opneming van vloeibaar voedsel geen sprake kan zijn. Snijdt men zulk een loot door beneden de plaats, waar zij door hechtwortels aan een rotswand of een muur wordt vastgehouden, dan verdroogt het stuk boven de snede na korten tijd, ook dan, als de hechtwortels en de onderlaag voortdurend bevochtigd en nat gehouden worden.

De wortels van tweejarige en meerjarige gewassen vervullen in die streken, waar de werkzaamheid der planten ten gevolge van droogte en koude tijdelijk wordt afgebi'oken, dikwijls nog een derde functie, namelijk de bewaring van zetmeel, vet, suiker en ander reserve voedsel. Begrijpelijkerwijze zijn in streken met lang aanhoudende zomerdroogte, alsook in die met een strengen

Sluiten