Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereischte bevestiging op de onderlaag, maar zij leggen geen arbeid ten koste aan het inrichten van onderaardsche voorraadschuren. Geheel anders is het gesteld bij tweejarige en meerjarige planten. De tweejarige, waarvoor als bekendste voorbeelden kunnen dienen de als groente gebruikte verschillende wortels, zooals de Gele of Koode Wortels of Peen, Daucus Carota, de Kapen of Knollen, Brassica Iiapa rapacea, en de Koode Biet, Bèta culgaris rapacea, ontwikkelen in het eerste jaar een zeer korten, met in een rozet gerangschikte bladeren bezetten stengel en een dikken, vleezigen met reservevoedsel gevulden penwortel, radix palaris, of een radij svormigen wortel, radix napiformis. Als in het tweede jaar de vegetatieve werkzaamheid weer begint, wordt op kosten of tenminste met behulp van de in den verdikten wortel opgezamelde stoffen een rechtovereindstaande stengel met bladeren en bloemen opgebouwd; uit de bloemen worden vruchten en na liet rijpen der in de vruchten voortgebrachte zaden sterft de geheele plant met uitgezogen wortel.

Bij overblijvende planten vertoonen de wortels, wanneer ze voorde opneming van overvloedig reservevoedsel dienen, ook wel vaak een sterke verdikking, maar bij deze planten doet zich dit verschijnsel voor bij de in bundels gegroepeerde wortelvezels, die na liet afsterven van den eerstgevormden wortel aan het ondereind van het in de aarde verborgen stengelgedeelte gevormd worden. Deze worden in geval ze gelijkmatig spilvormig zijn verdikt, zooals bij Sedum Telephium en Orobus Panuonicus, kruimige wortels, radices yrumosae, in geval ze ongelijkmatig knoopig verdikt zijn, zooals bij Spiraea Filij/endula, de Knol li ge Spiraea, en bij Hemerocallis ftava, de Gele Daglelie, knoopige wortels, radices nodosae, genoemd. Vele van onze in den grond wortelende Orchideeën hebben tweeërlei wortels; in een bundel vereenigd, lange cylinder- of wormvormige, en korte, dikke, niet reservestoffen gevulde, die zeer veel gelijken op knollen, en dan ook knolvormige wortels, radices tuberosae genoemd worden.

Zeer rijk aan planten, welker wortels als voorraadschuren voor reservevoedsel zijn ingericht, is de Middellandsche flora en is ook de steppenflora, waar in den vollen zomer de werkzaamheid der plant tot het uiterste wordt ingekrompen. Planten uit de meest uiteenloopende familiën, bijvoorbeeld h'aiuoiculus Xeapolitanus, Centaurea napuliyera, Valeriana tuberosci, Kumex tuberosiis, Asphodehis a/bus, vormen daar verdikte, met reservevoedsel als het ware volgestopte, in bundels gegroepeerde wortels, die de periode van droogte onder den grond zonder nadeel doorleven en in de komende vegetatieperiode de stoffen leveren voor den snellen opbouw van bebladerde en bloeiende stengels boven den grond. Eigenaardig zijn deze verdikte en in bundels geplaatste wortels bij de overblijvende, woekerende soorten van het geslacht Pedicularis. Zij dienen voor de bewaring van reservevoedsel, voor de bevestiging van de plant en voor de opneming van voedsel, maar dit laatste geschiedt hier door middel van zuignapjes, die ontstaan dicht bij het uiteinde van de cylindervormig verdikte vezels en die zich tegen de wortels van voedstel-planten aan leggen op de manier, die op blz. 219 van Deel I is beschreven.

Het is niet anders te verwachten, dan dat aan de verschillende werkzaam-

Sluiten