Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is genomen, doordat de bedoelde middelste bundel gehuld is in een mantel van parenchymcellen. Al naar de grootte van de zijdelingsche drukking is ook de dikte van dat hulsel verschillend, en als van de wortels zeer veel wordt geëischt in zake het verdragen van drukking, zijn buitendien nog de wanden der parenchymcellen doelmatig verdikt.

In do cellen van dezen mantel van parenchymweefsel kan ook reservevoedsel worden afgezet. Daarom is bij tweejarige en overblijvende wortels liet weefsel, dat de middelste, vocht vervoerende en stevige vaatbundelstreng omgeeft, niet alleen zoo opvallend verdikt, opdat de noodige veiligheid tegen zijdelingsche drukking worde verkregen, maar ook 0111 ruimte te bieden voor voorraden zetmeel, vet. suiker en andere stoffen, die in het begin der eerstvolgende vegetatieperiode moeten worden gebruikt.

Zooals men kan denken, zijn de door de plant aangelegde en met reservevoedsel gevulde weefsels ook een punt van aantrekking voor verschillende onder den grond levende dieren, en de aanleg van zulk een voorraadschuur moet dus tevens gepaard gaan met de beveiling daarvan tegen de aanvallen van door honger gedreven muizen en verschillende insectenlarven. Met de beschuttende middelen en wapens, waardoor de groene bladeren en waardoor vruchten en zaden tegen de aanvallen van dieren worden verdedigd, zou hier niet veel worden bereikt ; daarentegen wordt het onder den grond levende schadelijke gedierte door vergiften zooveel mogelijk op een afstand gehouden. Het is genoeg bekend, dat juist de wortels bijzonder rijk zijn aan vergiftige alkaloïden, aan harsen, die den dieren tegenstaan, aan bittere stoffen en dergelijke, en ze daarom als geneesmiddelen veelvuldiger worden gebruikt dan stengels en bladeren. Een onfeilbaar beschuttingsmiddel tegen alle aanvallen van den kant der dieren bestaat niet, maar dat ten minste eene gedeeltelijke beveiliging door liet neerleggen van bepaalde stoffen in de overwinterende wortels plaats heeft, is door de volgende ervaringen zeer waarschijnlijk gemaakt.

In een tuin te Innshriick hadden eens de veldmuizen onder het wintersche sneeuwdek erge verwoestingen aangericht en verscheiden wortels aangetast; de wortels en wortelstokken van het daar overvloedig groeiende Zeepkruid, Sujioiiari'i officiiHtlis, die rijk zijn aan het giftige saponine, waren echter dooi' hen verschoond gebleven. Dat de bittere wortels van Gentiaan, (ietüiaim jiunctata, lutea, l'aimoitica. die toch buitengewoon rijk aan reservevoedsel zijn en op de door muizen doorwoelde, laag gelegen alpenweiden hun standplaats hebben, door eenig dier waren aangetast, heeft men nooit bespeurd. Hetzelfde geldt van de dikke pcnwortels van de vergiftige Monnikskap, van de massieve wortels der Hhabarberplanten en vele Schermbloemigen, die toch alle rijk zijn aan zetmeel en andere voedingsstoffen en in zoo ver voor de plantenetende, hongerige dieren in den winter een uitstekend voedsel zouden zijn.

Wanneer het parenchym weefsel, dat de'centrale vaathundelstreng omgeeft, bij de in de aarde dringende wortels niet enkel als beschuttingsmiddel tegen zijdelingsche drukking, maar ook als bewaarplaats van reservevoedsel dient, en

Sluiten