Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de opperhuidcellen van de bladeren, en van wortels is er bij hen geen spoor te vinden. Daarentegen gelijken hunne bladeren veel op wortels. Ook bij een drijvende Water varen, Saleinia natans, afgebeeld op blz. 384, hebben de ondergedoken bladeren in vorm en kleur de grootste gelijkenis met wortels. Men kan nu in zulke gevallen zeggen dat de bladeren in zuigorganen zijn gemetamorphoseerd, maar nooit kan men beweren, dat de bladeren tot wortels zijn geworden. Hetzelfde geldt van die planten, welker onderaardsche stengels van zuigcellen zijn voorzien, bij voorbeeld Bartschia, Epipni/um, Corallorr/iiza, of welker in het water ondergedoken stengelvormingen van opperhuidcellen zijn voorzien, die als zuigcellen optreden, bij voorbeeld Lemna trisiilca, liet Driegroevig Eendenkroos. Bij deze planten zijn de stengelvonningen in zuigorganen gemetamorphoseerd, maar niet in wortels veranderd.

Men is gewoon, zich de wortels voor te stellen als plantendeelen van een witte, gele, roode, bruine of zwarte, maar nooit van een groene kleur, omdat feitelijk verreweg de grootste meerderheid onder hen liet bladgroen mist. Maar toch ontbreken niet de planten, welker wortels chlorophyl bevatten, als bij voorbeeld die van het Kleine Eendenkroos, Leninn minor en van verschillende Aroïdeeën en Orchideeën. Ja, bij de van luchtwortels voorziene Orchideeën moet door de groene wortels de vorming van organische verbindingen uit de voedingsgassen in het zonlicht worden volbracht; zij nemen dus de functie op zich, die in zooveel andere gevallen aan de groene bladeren toekomt. Het zou nu evenmin gerechtvaardigd zijn. het gemis aan bladgroen als karakteristiek voor de wortels op den voorgrond te stellen, als liet geoorloofd ware, te zeggen, dat de wortels in bladeren waren veranderd. 1 )e wortels der genoemde Orchideeën hebben zich gemetamorphoseerd tot assimilatieorganen, maar zijn, niettegenstaande dat, wortels gebleven.

In vroegeren tijd dacht men wortels en stengels daardoor te kunnen onderscheiden, dat men den eersten liet vermogen ontzei, knoppen te vormen en dat men die geschiktheid den stengels toekende. Maar al wordt die tegenstelling ook in vele gevallen werkelijk opgemerkt, ook zij is niet algemeen geldig. Hij tal van planten vormen de wortels knoppen, welke tot bebladerde spruiten uitgroeien, en wel niet enkel zijdelingsche, maar ook eindstandige knoppen. Is dat laatste liet geval, dan maakt liet den indruk, alsof de wortel zich rechtuit zou voortzetten in een bebladerde loot, en zulke gevallen hebben tot de verkeerde meening geleid, dat de wortelpunt zich kon veranderen in een bebladerden stengel.

Eindelijk zou men hierbij ook nog aan de tegenstelling moeten denken, die er bestaat in zake den oorsprong van wortels en stengels. Het is niet tegen te spreken, dat de punten van oorsprong der stengels meestal geometrisch zijn gerangschikt, terwijl die der wortels zulk eene rangschikking slechts zeer zelden vertoonen. Toch moeten ook hier weer de woorden „meestal'' en „zelden worden gebruikt; want een doorgaand verschil bestaat ook in dit opzicht niet. De uit de onderaardsche wortels van den Hatelpopulier, Pojmlus tremula, en de uit oude stammen van Zwarte Populieren, 1'oj.iihts niyru,

Sluiten