Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit liet celweefsel aan den voet der stelen van krachtig groeiende Klimopbladeren, die in nat zand of in water worden gezet, ontstaan eveneens lange wortels, 't geen aan de door lucht omgeven bladeren van de Klimop nooit plaats heeft. Ook moet hier worden gedacht aan de wortels van die woekerplanten, die zich met zoogenaamde haustoriën aanleggen tegen de levende weefsels van andere planten. Deze haustoriën ontstaan enkel op die plaatsen der woekerplant, die met de saprijke wortels van de levende voedsterplanten in aanraking komen.

Het voordeel, dat de planten trekken uit de vorming van deze wortels is gemakkelijk in te zien. In de stengels der geknakte overblijvende kruidachtige planten is zonder twijfel de aanvoer van vloeibaar voedsel uit den grond verstoord en hij loopt gevaar, geheel op te houden; dus is het van belang, dat zich het van den grond weer omhoog rijzende gedeelte van den stengel bij de stengelknoopen, waar de knievormige buiging plaats had, voorziet van bijzondere wortels, die het opgezogen voedsel in een rechte lijn naar de bladeren aan het bovenste gedeelte van den stengel voeren. In de andere bovengenoemde gevallen is van de vorming van zulke wortels zelfs het leven van het deel der plant afhankelijk. De afgesneden takken der wilgen, de afgebroken bladeren van begonia's, de van den stengel gerukte klimopbladeren enz. zouden moeten sterven, zoo ze niet van wortels werden voorzien.

Even gemakkelijk echter als het voordeel kan worden ingezien, dat met deze soort van wortelvorming voor de plant verbonden is, zoo moeilijk is liet te verklaren, hoe de mechanische prikkel tot vorming dezer nieuwe wortels werkt. Dat de aanraking met een vreemd lichaam daarbij van beteekenis is, blijkt wel in alle afzonderlijke boven opgetelde genoemde gevallen; maar hoe door de aanraking van de opperhuid met water, met vochtige aarde en met levende voedstel-planten de diepere lagen van cellen geprikkeld worden, een wortel te maken, en wel op een plaats, waar anders geen dergelijke vorming zou zijn ontstaan, dit is een volkomen raadsel, en wij moeten ons ermee behelpen, te zeggen, dat de aanraking als prikkel werkt, die zich voortplantend naar de dieper gelegen lagen van cellen, dezen ertoe brengt wortels tot redding van het bedreigde deel te vormen.

Nog moeilijker wordt de verklaring in die gevallen, waar aan afgesneden plantendeelen reddende wortels zonder aanraking met een vreemd lichaam ontstaan. Wij hebben al bij een vroegere gelegenheid van zulk een geval melding gemaakt, namelijk op blz. 100 van Deel I, en hebben daar besproken, hoe aan afgesneden en aan een draad in de lucht opgehangen loten van verschillende soorten van Vetkruid, bij voorbeeld van Seduni reflexum, bij ons „Tripmadam" genoemd, en bij Sempervicum arboreum, uit de stengelleden tusschen de bladeren op plaatsen, waar anders geen wortels zouden zijn ontstaan, zich wortels vormen, die in de lucht voortgroeien en zicli zoo lang uitrekken, tot zij met hun punt een vast lichaam bereiken Hier kan van een op de opperhuid werkenden prikkel geen sprake zijn; do opgehangen loten staan met de omringende lucht op geen andere manier in verband, dan toen zij

Sluiten