Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

Het werptuig bij eeu vlinderbloemig gewas, een soort van Brem,

Spartium junceum 318

Het opladen van liet stuifmeel

door middel van een werptuig . 319 Werptuigen bij de bloemen van

Orchideeën 321

Verschillende strooitoestellen voor

het stuifmeel 32-4

l'ediculans recutita 325

Andere strooitoestellen voor het

stuifmeel 328

Inrichtingen voor het vasthouden van het door insecten aangevoerde stuifmeel 332

liet opladen van het stuifmeel bij de Gele Maskerbloem, Miinulus

luteus 335

Sint Teunisbloem, Oenotheru bien-

nis 338

l)e Zomereik, Quercus pedunculutu

(robur) 352

De Wilg, Salijc fragilis, het Katten-

hout 354

Bloemen met heterostylie . . . 358 Plaatsverwisseling van helmknop-

pen en stempels 360

Bloem van de Wijnruit, liuta

<p-aveolens 362

Bloemen met volkomen dicliogamie 363 Rondbladige Steenbreek, Saxifragu

rotundifolia 364

Onvolkomen dichogamische bloemen 3(56 Geitonogamic bij Samengesteld-

bloemigen en Umbelliferen . . 880 Geitonogamie bij Erica en bij Scliub-

wortel 389

Autogamie, totstandkomend door liet zich sterker buigen van reeds gebogen helmdraden .... 402 Andere voorbeelden van autogamie door het zich sterker buigen van reeds gebogen helmdraden . . 404

Blz.

Autogamie, totstandkomend door

verlenging van den stamper . 408 Autogamie, totstandkomend door

ombuiging van den stijl . . . 412 Autogamie, totstandkomend door het spiraalvormig oprollen van de helmdraden en van den stijl 417 Nachtschoone of Bonte Wonderbloem, Mirabilis jalapa . . .419 Autogamie, totstandkomend door het om elkaar slingeren en liet oprollen der stempelarmen . . 422 Autogamie, door ombuiging van de

stempelarmen totstandkomend . 42<> Autogamie door middel van de

bloemkroon 432

Een ander voorbeeld van autogamie

door middel van de bloemkroon 435 l'i'dicidaris incarnata, Vleeschkleurig Kartelblad, ook een voorbeeld van autogamie door bemiddeling van de bloemkroon 43!>

Calceolaria pavonii 444

Autogamie bij Pirolu uniflora, het

Eenbloemig Wintergroen . . . 447 Autogamie bij Phygelius capensis . 448 Autogamie b\j Cobnea scandens . 449 Autogamie bij Allium chamaemoly. 450 Autogamie bij Gentiana clusii . . 452 De vorming van stuifmeelbuizen . 479 De ontwikkeling van de stuifmeelbuizen bij Heliunthemum tmtri-

folium 483

De bevruchting 487

Oögonium of kiemzak in drie ontwikkelingsstadiën 489

Zaden met kiomwit 496

Zaden met vleugelvormigen zoom

en met harigen zaadmantel . . 4'. 18 Zaden met navelwratjes en met de

litteekens van navel en poortje 499 Niet-openspringende vruchten en splitvruchten 502

Sluiten