Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat stelt zich op verren afstand te vestigen, in één woord tot een Geschiedenis der plantenindividuen.

De ontdekking van een nooit vermoede menigte planten, die in lang verloopen tijden onze aarde bewoonden en in fossielen staat in wezen zijn gebleven, drong tot vergelijkingen van de nu levende met ondergegane plantenvormen. De gedachte, dat de tegenwoordig bestaande soorten van de ondergegane afstammen, was niet op zij te zetten, integendeel alles gaf waarschijnlijkheid aan die meening, waarom zij dan ook met de grootste belangstelling werd aanvaard, terwijl met vurigen ijver het onderzoek in die richting werd voortgezet. Deze onderzoekingen over de afstamming leidden echter als vanzelf ook tot de vraag naar het ontstaan en tot onderzoekingen naar de Geschiedenis der soorten.

En steeds verder breidde zich de gezichtskring uit. De lage wilgen en berken, die nu in Groenland levend worden aangetroffen, kunnen geen afstammelingen der ahornen en beuken zijn, die daar in den tertiairen tijd hebben geleefd, evenmin als de elzen en sparren, die tegenwoordig in den bodem boven de bru'iikoollagen bij Haring in Tirol groeien, van de Proteaceeën, Myrsineeën en Myrtaceeën kunnen afstammen, die, naar de fossiele overblijfselen leeren, eertijds op die plaatsen gedijden. Er moeten plaatselijke veranderingen zijn opgetreden, verhuizingen der tlora's op groote schaal, niet ongelijk aan die der menschen ten tijde van do Volksverhuizing; vormingen van nieuwe floragebieden, te vergelijken bij het ontstaan van staten door de elkander verdringende of samensmeltende rassen en volken bij het menschengeslacht. Het inzicht in de afhankelijkheid van den vorm der planten van klimaat en bodem, zooals die nu bestaat, doet ons echter op goede gronden besluiten tot een dergelijken samenhang der vormen met de levensvoorwaarden van 't plantenleven in voorbijgegane tijden, en stelt ook in staat, de aanleiding tot de groote verplaatsingen, de oorzaak der vorming van nieuwe tioragebieden na te gaan. De uiteenzetting van deze omstandigheden is de Geschiedenis der plantenwereld in de volste beteekenis van het woord; zij is liet hoogste en laatste streven, liet einddoel, dat wij met al onze botanische onderzoekingen nastreven.

Een eerste poging tot zulk eene geschiedenis der plantenwereld werd gewaagd door den veelomvattenden, in alle takken der plantkundige wetenschap even vèrzienden en ontwikkelden Unger en dateert van het jaar 1853. Sinds dien tijd zijn er in de Oude en de Nieuwe Wereld een massa nieuwe ontdekkingen gedaan. Mannen, die weten wat zij willen, trachten de fossiele schatten te vinden en er voor de wetenschap gebruik van te maken; maar nog is die jongste tak der botanie bij lange na niet tot een bevredigend resultaat gekomen. Wij zijn nu midden in een stroomversnelling, het water van do rivier is ten gevolge van een overrijken toevoer aangezwollen tot een geweldigen stroom, en dan is het moeilijk, het roer te hanteeren, de ondiepten te vermijden en in een rustige, veilige haven binnen te loopen. Over eenige tientallen jaren zal het misschien mogelijk zijn, op grond van het dan gezifte oorkondenmateriaal uit den ouden en oudsten tijd een zorgvuldig bewerkte „Geschiedenis

Sluiten