Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit en gelijktijdig wordt dicht onder den voet dezer loot een nieuwe knop in 't schorsweefsel aangelegd. Als nu in het volgend jaar de eerste spruit sterft, wat zeer dikwijls, vooral aan de Noordgrens van 't Middellandsche tloragebied het geval is, ontstaat uit dien knop een spruit en dicht onder haar voet wordt weer een reserveknop ter eventueele vervanging aangelegd. Dat kan zoo vele jaren achtereen voortgaan en ten laatste ziet men dan een heele reeks verdroogde stompjes boven den laatsten reserveknop staan. Deze groeiwijze, niet enkel bij het Bezemkruid, maar ook bij vele andere verwante Vlinderbloemigen der Middellandsche zeeflora waargenomen, verhoogt geenszins het fiissche, kiachtigo uitzien der planten, want door do aanwezigheid van die talrijke opeengehoopte dorre resten wordt een indruk van ziekelijkheid en mislukking teweeggebracht, ot men wordt geneigd, te gelooven, dat deze struiken door dieren afgevreten worden of jaarlijks door de hand dos menschen worden afgesneden, terwijl toch inderdaad al die veranderingen zonder zulke tusschenkomst plaats hebben.

Bij de ondei den naam Acacia bekende Robhiiu pseudacacifi vormt zich in den oksel van ieder blad eerst alleen een knop; later echter ontstaat naast den verdikten voet van den bladsteel aan den stengel een holte, en men ziet in die holte een, twee, ja zelfs drie kleine verhevenheden onder den eersten knop. Die celheuveltjes zijn niet anders dan het eerste begin van reserveknoppen, die hier, bedekt en beschermd door de rest van den bladsteel, zich ontwikkelen. Als dan in het volgend jaar de uit den eersten knop voortgekomen spruit sterft, komt de bovenste reserveknop aan de beurt, dat is hij groeit uit tot een spruit, die zelf weer sterven zal, om te worden vervangen door den eerstvolgenden reserveknop.

.luist als Robinia pseudacacia gedragen zich ook de verschillende soorten \an het geslacht Gleditschicij maar bij deze hoornen zijn de reserveknoppen slechts gedeeltelijk onder den bladsteel verborgen, en het vermogen, nieuwe knoppen aan de einden der stengelleden aan te leggen, is bij hen bijna onbegrensd. Er zijn Gleditschia's, zooals bij voorbeeld Gleditschia Caspica, waarbij de \01 \ anging dei verdorrende kortspruiten tien en nog meer jaar achtereen plaats heeft, wat ten ge\olge heeft, dat bij deze hoornen de zeer lange takken, bij den oorsprong der knoppen, knoopig verdikt zijn, en dat men op die kno'open de uit vroegere jaren dagteekenende verdroogde stompjes van 20 en meer kortspruiten dicht opeengedrongen bij elkander ziet staan.

Bij den Kaukasischen aan den Walnoot verwanten boom Pterocanja C'aucasica ontstaat in het eerste jaar in den oksel van elk blad slechts een enkele knop en deze is, merkwaardig genoeg, anderhalve, tot twee centimeter boven de plaats van aanhechting van het blad gezeten. Terwijl hij in het volgend jaar tot een spruit uitgroeit, wordt vlak boven de oude aanhechtingsplaats van het blad een reserveknop aangelegd, die in geval van beschadiging der eerste spruit eerst in een later jaar tot ontwikkeling zal komen.

^ eel menigvuldiger dan de zoo juist geschetste zijn die gevallen, waarin de in het eerste jaar ontluikende en de ter vervanging slapend blijvende knoppen alle te gelijker tijd worden aangelegd. Bij den Gewonen Vlier;

Sluiten