Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet uitwendig aan den tak kunnen worden waargenomen, omdat ze door de groote, kapvormige knopschub worden bedekt.

Het, celweefsel, waaruit deze laatste kleine knoppen bij den wilg ontstaan, zou men met eene calluslaag kunnen vergelijken, zoo het niet bij geheel onbeschadigde takken, en lang vóór er spleten en scheuren in den bast zijn gekomen, reeds ontstond. Als nu in het tweede jaar de groote middelknop tot een zijtak begint uit te groeien, als de as ervan zich verlengt, en de kapvormige schub wordt afgeworpen, worden ook de kleine knoppen zichtbaar; ze doen zich voor als omgekeerd eivormige of kogelvormige celheuveltjes aan den voet der nieuwe uit de groote knoppen voortgekomen zijtakken, worden echter niet grooter en niet kleiner, maar blijven ongestoord rustig slapen. Mogelijk komen ze wel nooit tot verdere ontwikkeling; voor 't geval echter, dat de tak, aan welks voet zij zijn ontstaan, beschadigd mocht worden of te gronde zou gaan, ontwaken ze uit den slaap, loopen uit en worden tot bebladerde takken. Blijkbaar hebben zij tot taak, het door eventueele ongunstige omstandigheden verloren gegane te vervangen.

Sali.r fratjiUs, ons Katten hout, ook wel Broze Wilg genoemd, heet zoo naar de opvallende brosheid van zijn takken. I)e bastvezels en het hout ervan vertoonen aan den voet der één- en tweejarige takken een eigenaardigen bouw, waardoor veroorzaakt wordt, dat zelfs bij een lichten stoot een scheiding van de weefsels kan plaats hebben, zoodat de tak overdwars afbreekt en op den grond valt. Het schijnt voor dit Kattenbont voordeelig, dat het zich van sommige onbebladerde en onnoodige stukken van takken ontdoet, waaraan enkel nog litteekens te zien zijn van afgevallen katjes, en die er voor een ware ballast zijn. Zooveel is zeker, dat veel van deze wilgen een deel hunner takken uit eigen beweging afwerpen, en dat op de plaats ervan uit de boven beschreven, in den bast aanwezige slapende knoppen bebladerde takken er voor in de plaats komen. Bij Populieren wordt iets dergelijks opgemerkt, maar hier breken de takken een eindje boven den voet af, en de vervanging der met doode litteekens bedekte takken door takken met groene bladeren, heeft plaats door de in de oksels van vroegere knopschubben gevormde reserveknoppen. In deze gevallen kan geen sprake zijn van verminking, evenmin als bij het afwerpen der bladeren in den herfst, dat ten voordeele der planten vanzelf gebeurt, en waarop uitwendige omstandigheden slechts een bespoedigenden of vertragenden invloed kunnen uitoefenen, zooals in Deel I op blz. 434 werd besproken.

In alle tot nu toe geschetste gevallen worden de reserveknoppen in het bastweefsel gevormd. Een rechtstreeksche verbinding met het houtlichaam van den stam, waarbij ze behooren, bestaat in het begin niet; eerst dan, als de reserveknoppen uit hun slaap worden gewekt, als ze voor een opgeofferde spruit moeten inspringen en zelf tot een bebladerde as moeten uitgroeien, wordt door bijzondere vaatbundels een verbinding met het houtlichaam en in zoo ver ook met de stroombaan van het onverwerkte voedingssap tot stand gebracht. Nu is er echter nog een vorm van reserveknoppen, die al van den aanvang af

A. Kkusek von Makii.aun, Hot, loven il«r planten. III. 3

L

Sluiten