is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch wonderbaarlijkerwijze ontstaat nu in den ouden gebarsten stam nieuw leven; de knoppen, die in den bast 100 jaren aaneen hebben geslapen, verlengen zich, dringen door de spleten der schors naar buiten, groeien tot stevige takken uit en binnen één jaar zijn de dikke stam en de oude takstompen overvloedig met nieuwe, jonge takken bezet, die in hun bladoksels knoppen aanleggen. Weer na verloop van een jaar ontspruiten uit een deel van deze knoppen zijtakken en zoo gaat dat voort, steeds voort, tot na een tiental jaren de verminkte boom van een nieuwe, sterk vertakte kroon is voorzien. Wie zou bij het nagaan van zulke processen daaraan twijfelen, dat het ten achter blijven van een deel der stamknoppen een middel is om boomen en heesters, waaraan de wind of andere oorzaken schade kunnen berokkenen, voor ondergang te behoeden, en dat de slapende knoppen als reserveknoppen bij eventueele ongevallen zijn te beschouwen.

De waarneming, dat de vanzelf afgeworpen of door uitwendige omstandigheden vernielde takken uit den voorraad slapende knoppen of uit de callusknoppen kunnen worden aangevuld, heeft geleid tot ingrijpen in den natuurlijken groei der nuttige planten door de menschen, en heeft aanleiding gegeven tot een reeks wijzen van vermenigvuldiging, waarmee tuiniers en houtvesters zich al sinds overoude tijden hebben beziggehouden. Daartoe behoort bij voorbeeld liet deel van de boschcultuur, hetwelk hierop berust, dat zich op de achtergebleven stompen van houtige gewassen nieuwe loten uit do calleuse woekeringen of uit de slapende oogen ontwikkelen, die den houtvoorraad binnen 30 of 40 jaar vervangen kunnen; verder de winning van knothout, waarbij de boomen op een bepaalde hoogte van den stam aanhoudend geknot worden en ten ge\olge daarvan daar dikker worden, zooals men kan zien bij populieren, esschen en vooral bij de zoogenaamde knotwilgen.

Het snoeien van den wijnstok, van de vrucht boomen en de houtige planten, die voor heggen en heiningen dienen in parken of ter begrenzing van tuinen en stukken land, behoort hier ook te worden genoemd. Al die manipulaties hebben ten doel aan de ééne zijde de ontwikkeling van krachtige loten uit de overgebleven stompen en een zoo groot mogelijke opbrengst aan hout, gebladerte en vruchten te verkrijgen, aan den anderen kant om een dichteren groei der kroon te bevorderen, of ook wel eene opzettelijke verminking te bereiken, zooals de Oudfransche tuinstijl voorschreef, met zijn stijve groene muren, obelisken en allerlei grillige figuren. Daar echter ieder van de verschillende boomen en heesters, wat de callusvorming en de slapende oogen betreft, zijn eigenaardigheden heeft, moet ook de behandeling bij liet snoeien zich telkens naar omstandigheden wijzigen. Wat voor den een goed is, kan schadelijk zijn voor den ander en het zou bij voorbeeld een groote fout zijn, de appelboomen als knotwilgen te behandelen of de pijnboomen te willen gebruiken voor de soort van boschcultuur, die op de vorige bladzijde werd bedoeld. Ook de klimaatstoestanden moeten bij de met opzet uitgevoerde verminkingen der gekweekte planten in aanmerking worden genomen, en om ten deze slechts een enkel voorbeeld aan te voeren, zij erop gewezen, dat het