Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veelvuldig voorkomt, ontstaan uit sommige van op rijen geplaatste cellen zijdelingsche uitpuilingen, evenals uit de draad- of buisvormige cellen van Sporodinia yrandis. Zooals bij deze laatste komen de uitpuilsels of uitstulpingen van de tegenover elkander liggende cellen met elkander in aanraking en vormen een soort brug. Meestal ontstaan bij twee naast elkaar in het water drijvende draden uit zeer vele tegenover elkander gelegen cellen zulke brugverbindingen, die dan aan de sporten eener ladder doen denken. De celwaud, die door vergroeiing van de elkander aanrakende uitpuilsels is ontstaan, wordt opgelost en verslijmt, en zoo wordt een kanaal gevormd, dat de tegenoverliggende celholten van Spiroi/yra verbindt. Intusschen heeft zich in elk dier celholten het protoplasma, dat tot hiertoe gevuld was met een schroefvormig gedraaid, lintvormig chlorophyllichaam, anders geplaatst, en zijn daar ronde, donkergroene klompjes ontstaan, die met elkander moeten samensmelten.

Deze vereeniging heeft nu bij Spiroyyru niet in het midden der verbindingsbrug plaats, zooals bij Mticur en Sporodinia, maar het groen gekleurde protoplasma-kogeltje van de eene cel glijdt door het dwarsloopend kanaal in de tegenoverliggende celholte en smelt samen met den daar rustenden, zijn stand niet veranderenden tweeden protoplasmakogel. Men zou nu wel den rustenden protoplast als oöplast, den daar zich heen begevenden als spermatoplast kunnen aanduiden; maar nogmaals moot uitdrukkelijk worden verklaard, dat er in grootte, gedaante en kleur bij Spirogyru geen onderscheid tusschen de beide zich vereenigende protoplasten is aan te wijzen.

Opmerkelijk is nog, dat de door samensmelting der twee protoplasten bij S/iiroyym ontstane zygote, die nu de gedaante van een ellipsoïde aanneemt, niet, zooals men zou kunnen verwachten, een ruimte-inhoud bezit, gelijk aan den ruimte-inhoud der beide lichamen, waaruit zij is voortgekomen, maar dat zij een opvallend kleiner volume heeft. Daaruit kan men het best afleiden, dat op het oogenblik der vereeniging van beide protoplasten een belangrijke verandering plaats heeft in den moleculairen bouw der geheele massa.

Gelijkend op deze bevruchting, maar er toch in verscheiden belangrijke opzichten van afwijkend, is de bevruchting door middel van een van het antheridium uitgaand, den cel wand van het oögonium doorborend snavel vorm ig uitsteeksel. Deze bevruchting werd voornamelijk opgemerkt bij de schadelijke woekerplanten, die men onder den naam Peronosporaceeën samenvat, waarvan de op den Wijnstok woekerende, op achterstaande afbeelding voorgestelde Peronospora citicola een treurige vermaardheid heeft verkregen en waartoe ook behooren de met de aardappelziekte in oorzakelijk verband staande Peronospova infestans, de voor Cruciferen verderfelijke Cystopus candidux, de soorten van het geslacht Pythium e. a.

Uit de sporen van deze Peronosporaceeën, die de versche bladeren, de groene spruiten of de jonge vruchten der als voedsterplanten uitgekozen 1'hanerogamen aanvallen, ontwikkelen zich dadelijk draadvormige hyphen, die in bet groene weefsel binnendringen, de celwanden doorboren, in de ruimten

Sluiten