is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of' tot een vertakte cellenreeks, en eerst uit deze cellen komen rechtovereindstaande, lange, bolvormig uitloopende vruchtdraden, welker protoplasma na de verbrokkeling in een groep van sporen overgaat.

Met de luer geschetste bevruchting en vruchtvorming der Erysipheeën komt ook overeen die van de Penseelschimmel, PenicUlium, en over 't geheel die van alle schimmel vormen, samengevat onder den naam Aspergillaceeën. Ook hier leggen zich de het oöplasma en het spermatoplasma bevattende einden van myceliumdraden dicht tegen elkander aan; daarbij zijn ze of spiraalvormig om elkander heen gedraaid en gewonden, of het eene als antheridium aan te duiden eind is haakvormig gebogen en omvat het andere, zooals in Fig. 6 van de afbeelding op blz. 175 van Deel II is voorgesteld. De bevruchting heeft plaats langs osmotischen weg. Het embryo, dat uit het kurketrekkerachtig gewonden oögonium ontstaat, is door tusschenschotten gedeeld, meercellig, ontwikkelt knotsvormige of omgekeerd eironde asci, welker protoplasma zich verbrokkelt en in ronde of ellipsoïdische klompjes overgaat, zooals in Fig. 7 van dezelfde afbeelding te zien is. Om deze vrucht heen vormt zich een veelcellig, gesloten weefsel, dat daardoor ontstaat, dat van de cellen aan den voet hyphen uitgaan, die snel opgroeien, zich vertakken, dooreen kronkelen, veelvuldig zich doelen en eindelijk een veelcellig, bolvormig omhulsel voor het embryo vormen.

De nog verder te bespreken Cryptogamen, met name de Krans wieren of Characeeën, de Mossen en de Vaatcryptogamen, wijken van de tot nu toe geschetste af, doordat bij hen het oögonium reeds vóór de bevruchting door een bijzonder hulsel wordt omgeven, waardoor de toegang voor het spermatoplasma op eigenaardige wijze wordt gewijzigd. Dit hulsel, waarvoor hier de benaming amphigonium zal worden gebruikt, is in de hoofdzaken bij alle planten, waaraan het voorkomt, op dezelfde wijze gebouwd; maar met betrekking tot het binnendringen der spermatozoïden in het amphigonium en het gedrag der ontstane vrucht, bestaan er bij de genoemde groepen van planten de grootste verschillen. Die alle tot in bijzonderheden aan te geven is in de beperkte ruimte van dit werk niet mogelijk, en daarom zullen op de volgende bladzijden alleen de meest opvallende verschijnselen zoo kort mogelijk in een overzicht worden saamgevat.

Wat allereerst de K r an s wie ren of Characeeën betreft, het oögonium is daarbij ellipsoïdisch van vorm en wordt gedragen op een korten, eencelligen steel, ook wel de steelcel genoemd. Op dien steel is do zoogenaamde knoopcel geplaatst, een korte, schijfvormige cel, die het voetstuk uitmaakt van het groote, ellipsoïdische oögonium, en die ook tegelijk uitgangspunt is van vijf in in een kring geplaatste draadcellen, die omhoog gaan, zicli in een spiraal winden rondom het oögonium en daarvoor een sierlijk omhulsel vormen, zooals op nevenstaande afbeelding in Fit). 8 te zien is. Van de boven het oögonium samenkomende einden van die omhullende draden worden kleine cellen afgezonderd, die samen een dekseltje of kroontje op het als amphigonium te beschouwen omhulsel uitmaken. Onder dit kroontje vormen de als in een hals