Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gende protoplasten. Dit verklaart ook het beste, waarom de planten, die onder water of in een het water vervangend medium bevrucht worden, of in 't geheel geen omhulling voor het spermatoplasma en het oöplasma bezitten, öf zich althans bepalen tot een zeer eenvoudig omhulsel. Meer samengestelde omhulsels zouden hier waardeloos, misschien zelfs nadeelig zijn, en in elk geval overbodig. Nu ligt het echter niet in de economie der planten, iets overbodigs te doen ontstaan. De waterplanten hebben immers ook geen houtige stengels en takken. Waarom niet? Omdat zij deze weefsels niet behoeven, omdat het omringende water hen in den gewenschten en voordeeligsten stand, dat is rechtovereindstaand, houdt, waardoor hout en bast overbodig worden.

Evenzoo is liet nu gesteld met het oöplasma en het spermatoplasma. De onder water bevrucht wordende Cryptogamen hebben geen uit verschillende lagen bestaanden wand om het vruchtbeginsel, geen uit stengel- en bladachtige deelen opgebouwd vruchtbeginsel zooals de Phanerogamen, omdat die overbodig zouden zijn. Ook het spermatoplasma heeft ten tijde der bevruchting geen omhulsel; het wordt kort te voren in kleine deeltjes verdeeld, die uit het antheridium vrijgelaten worden en dan zwemmend het vruchtbeginsel bereiken. Daalde spermatozoïden door de in het omringende water door het vruchtbeginsel afgescheiden stoffen worden aangetrokken, zijn hier ook de veelvuldige inrichtingen, die bij de in de lucht bevrucht wordende planten aanwezig moeten zijn, overbodig. Organen, die zich als een beschuttende mantel over de bevruchtingsorganen uitbreiden; hulsels, die de te ver gaande uitdamping beperken; levendig gekleurde en aangenaam geurende bloembladeren, die insecten lokken, opdat zij de met spermatoplasma gevulde stuifineelcellen helpen, hun doel te bereiken: inrichtingen, die de overbrenging van het stuifmeel door den wind mogelijk maken,.. . dat alles is bij de onder water bevrucht wordende planten volkomen overbodig.

Daar nu echter juist de bedoelde hul])- en beschermingsmiddelen datgene uitmaken, wat hot algemeene spraakgebruik bloem noemt, zou men kunnen zoggen, dat de onder water bevrucht wordende planten geen bloemen hebben. Ter vermijding van misverstand moet hier echter terstond worden bijgevoegd: geen bloemen, in dien zin, maar toch wel bloesem. Men maakt namelijk veelal, hoewel niet altijd, onderscheid tusschen bloemen en bloesems; men verstaat dan onder bloesems, de ter bevruchting dienende organen, onder bloemen daarentegen vooral die bladachtige deelen, welke de echte bevruchtingsorganen omgeven, zonder zelf geslachtscellen voort te brengen; die verder tot bescherming dienen van de vruchtbeginsels en meeldraden; die de ontmoeting van de tweeërlei protoplasten bij de bevruchting tot stand brengen; hier den wind een voor de beweging geschikt aangrijpingspunt bieden, daar dienen voor het opvangen der door luchtstroomen meegevoerde cellen; op de eene plaats door aromatieke stoffen en zoete vochten de insecten lokken, opdat deze honigzuigend het stuifmeel afstrijken, terwijl op andere plaatsen vooruitspringende kanten en lijsten gevormd zijn, waaraan het stuifmeel door de insecten weer wordt afgegeven; in één woord hulpmiddelen ter bescherming en bevordering van de in do lucht plaats hebbende bevruchting.

Sluiten