Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekervormige bloembodem aanwezig is. Daarna zullen wij een verdere groepeering vormen naar het kenmerk, of alle vruchtbladeren van dezelfde of van tweeërlei soort zijn.

Vruchtbeginsels op een kegelvormhjen bloembodem. i. Alle vruchtb la de n \j e l ij k soort i </.

1. De vruchtbladen zijn spiraalsgewijs gerangschikt op den kegelvormigen bloembodem geplaatst. Kik vruchtblad bevat één of meer zaadknoppen en vormt een afzonderlijk vruchtje. De met die vruchtjes bezette kegelvormige

\ luchten en vruchtbeginsels van P ii a 11 erogain en. C. 1. Lengtedoorsnede van het vruchtbeginsel van Cereus grandiflorus, ware grootte. 2. Zaadknoppen van dezen Cereus, op een vertakten zaaddrager gezeten, uit den bodem van het vruchtbeginsel opgroeiende, 10-maal vergroot. 3. Lengtedoorsnede van het vruchtbeginsel van Hedychium angustifolium. 4. Opengesprongen vrucht van deze zelfde plant. 5. Dwarse doorsnede van het vruchtbeginsel van dezelfde; deze drie allen een weinig vergroot. 6. Lengtedoorsnede van de bloem van den Amandel, Amygdalis communis, een weinig vergroot. 7. Lengtedoorsnede van het vruchtbeginsel van dezelfde plant, 10-maal vergroot. 8. Smalbladige Basterd wede ri k, Epilobium angustifolium, dwarse dooorsnede van het vruchtbeginsel. 9. Lengtedoorsnede van hetzelfde, beidt» ongeveer 10-maal vergroot. — Zie bis. 85 en volgende. (Op bis. 7s is per abuis 2-maal dese afb.

genoemd; bedoeld is daar die van blz. 81).

bloembodem is öf zeer verlengd, zooals bij Myosunis, Mui ze staart, afgebeeld op blz. 79 in Fvj. 8 en 9, öf kort kegelvormig, bij den Tul pen boom, Lirioilrnriron, öf knopvormig, als bij Raniinculiis, Boterbloem.

2. De vruchtbladeren staan in kransen op den bloembodem. Elk vruchtblad heeft verscheiden van den rand uitgaande zaadknoppen en vormtéén eigen vrucht. Als voorbeelden kunnen de geslachten Acoiiitum, Monnikskap en Ifrl-

Sluiten