is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen vertoonen de gescheiden vruchtbladeren van „ontbonden" bloemen aan de binnenzijde klierdragende haren van denzelfden bouw, als ze bij Zonnedauw op de ronde blaadjes voorkomen, zooals de afbeelding op blz. 90 in Fig. <5 laat zien. Bij vele vruchtbladen zijn deze klierdragende haren groepsgewijze met elkander vergroeid, Fig. 7: de door vergroeiing ontstane vormingen zijn min of meer gebogen en nemen in geleidelijke overgangen, die door de Fig. 8 tot 12 op blz. 90 zijn voorgesteld, den vorm van omgekeerde, anotrope, zaadknoppen aan. Naar zijn oorsprong is dus bij de Zonnedauw het vlies om de kern van den zaadknop niets anders dan een groep van dergelijke haren als op de bladeren van de plant voortkomen.

Geheel anders is liet daarentegen gesteld niet de Kidderspoor. Deljiliiniuiii, I)e afbeelding op blz. 84 toont in Fig. 4, dat de zaadknoppen hier ontstaan aan de randen der vruchtbladeren, die in de gewone bloemen opgerold zijn en vergroeid tot een gesloten wand. Bij de ontbonden of vergroende bloemen zijn de vrachtbladeren open en aan de randen uitgesneden, zooals de bedoelde afbeelding in Fig. (i en die van blz. 90 in Fig. 1:5 aantoonen. Zij berinneren levendig aan die van Ügrcis, afgebeeld op blz. 81 in Fig. 7 en komen niet deze ook daarin overeen, de slippen van het vindeelig ingesneden blad ten deele in zaadknoppen veranderd zijn. Alleen moet hier de merkwaardigheid worden vermeld, dat zich de top van de bladslippen op de door de Fig. 14 en 15 van blz. 90 voorgestelde wijze oprolt, zoodat daardoor een gootvormige liolte ontstaat. Zoo wordt dus bij Ridderspoor het vlies van de kern der zaadknoppen door de opgerolde slippen van het vindeelig ingesneden vruchtblad gevormd.

Weer anders staat liet met de Klaver, Trifolium, waarvan eene antholyse door Fig. 1(5 op de afbeelding van blz. 90 is voorgesteld. De bolronde of ellipsoïdische zaadknoppen, die in gesloten vruchtbeginsels geplaatst zijn op de randen van het opgerolde vruchtblad. zijn hier bij het door antholyse geopende vruchtblad door vlakke groene, bladachtige dingetjes vervangen en doen zich voor als kleine gevinde blaadjes, zooals de bedoelde afbeelding in Fig. 1(5 en 17 aantoont. Deze blaadjes zijn echter noch opgerold, noch samengevouwen, maar op de oppervlakte ervan verheft zich de kern van den zaadknop. of liever gezegd, een weefsellichaam, dat de kern vertegenwoordigt en bovendien een opgehoogden rand eromheen, zooals op blz. 90 in de Fig. 18 tot 21 is voorgesteld. Die ophooging in den vorm van een ring moet hier als buitenste vlies of iiitegumentum worden opgevat, terwijl het binnenste vlies vertegenwoordigd wordt door een gevind blaadje.

De vergroening der zaadknoppen in het vruchtbeginsel van Salix Caprea, den Waterwilg, vertoont dergelijke verschijnselen; alleen is hier het groene blaadje, op welks oppervlakte de kern van den zaadknop ontstaat, langs de middelnerf samengevouwen en aan den rand gelobd en ingesneden, zooals de afbeelding op blz. 90 in Fig. 29 en 30 laat zien.

Zeer interessant is ook de door de Fig. 24 tot 28 van dezelfde afbeelding voorgestelde antholyse en vergroening van de in de Kalkalpen op rotspuin zeer