Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladige Basterd wederik, Epilobium angustifolium, te voorschijn komende inhoud heeft den vorm van franje en uitgerafelde linten, lijkt ook wel op een verscheurd netwerk, dat tusschen de aan elkaar grenzende helmknoppen is uitgespannen, en onder het microscoop blijkt, dat hij uit afzonderlijke stuifmeelkorrels bestaat, die door de dunne, kleverige draden der viscine in alle richtingen aan elkander gehecht en niet elkaar verbonden zijn, zooals de afbeelding hieronder in Fig. 3 en 4 laat zien.

Nog opvallender dan bij de Nachtkaars en Basterdwederik is dit verschijnsel bij de talrijke soorten van het geslacht Alpenroos, Rhododendron, te zien. Zoo zijn bij voorbeeld bij Rhododendron hirsutum alle stuifmeelviertallen van één helmhokje door een taaie viscinemassa aan elkander gekleefd. De helmhokjes gaan open met twee ronde poriën en de bijeengehouden sjtuifmeeltetraden

Stuifmeelkorrels en tetraden van korrels door viscinedraden met elkaar verbonden, 1 en 2 Rhododendron hirsutum. 3. Oenothera hientiis. Nachtkaars. 4. Epilobium angustifolium.

Smalbladige Basterdwederik. — Fig. 1 8-maal, Fig. 2 tot 4 50-maal vergroot.

dringen uit de openingen naar buiten. Kaakt men nu de kleverige massa met een penseel of borsteltje aan, dan hecht zij zich er terstond aan vast, en men kan den inhoud van het aangeraakte helmhokje er gemakkelijk uittrekken (zie de afbeelding hierboven in Fig. 1). Die inhoud vormt nu een uit de opening naar buiten hangende, franjeachtige massa, juist als bij Oenothera en Epilobium, en ook onder het microscoop vertoont zich een gelijk beeld, alleen met dit verschil, dat het bij de Alpenroos geen afzonderlijke stuifmeelkorrels, maar stuifmeeltetraden zijn. die door de viscinedraden omwikkeld worden, (zie hierboven in Fig. 2). Bij Rhododendron Chinnaesistus en bij de Orootbloemige Alpenroos van den Himalaya komen wel eens uit de helmhokjes draden en linten te voorschijn, die een lengte hebben van een centimeter en meer. Insecten, die de bloemen van de planten bezoeken, en langs de draden strijken, kleven eraan vast, rukken bij liet verlaten der bloemen gewoonlijk den geheelen inhoud

A. Kkrxer vos- Marilaun, Het leven der planten. III. 8

Sluiten