Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal de plant noch haar bloemen, noch haar helmknoppen openen; alles gaat dan onder water te niet. En evenals bij deze waterplanten bederft ook het stuifmeel der honderdduizenden op het vaste land ontspruitende en bloeiende gewassen, als het toevallig in het water valt of met opzet onder water wordt gebracht.

Het is dus een feit, dat afgezien van ongeveer 50 soorten, als welker voorbeeld het Zeegras, Zoxtera, kan dienen, de Phanerogamen een stuifmeel ontwikkelen, dat er niet tegen kan, onder water te worden gebracht of daar langen tijd te verblijven. Onwillekeurig rijst hierbij de vraag, hoe het komt, dat juist die cellen, die voor het ontwikkelen der stuifmeelbuizen toch in zoo ruimen overvloed vloeistof noodig hebben, nadeel ondervinden van water. Er bestaat echter een groot onderscheid tusschen het opnemen van zuiver water en liet opnemen van de vloeibare, door de stempels afgescheiden stoffen. Komt de stuifmeelkorrel op den stempel, dan neemt hij de hem aangeboden vloeistof zeer geleidelijk op, en de stuifmeelbuis komt betrekkelijk langzaam voor den dag. Wordt daarentegen de stuifmeelkorrel met opzet onder water gehouden, of wordt hij in de vrije natuur bevochtigd door regen of dauw en in zekeren zin in een waterbad geplaatst, dan moet de opneming van water plotseling geschieden; de intine wordt overal, waar de exine geen weerstand biedt, naar buiten gedrongen en de stuifmeelkorrel wordt op eens gezwollen en uitgezet, Dat is geheel iets anders dan het uitgroeien van de stuifmeelbuis. In zoo korten tijd zou er onmogelijk groei kunnen plaats hebben, en wat daar geschiedt, is niet anders dan een gladworden van de tot nu toe bestaande plooien en' vouwen en een uitzetting van de intine. Vaak wordt zelfs de grens der rekbaarheid overschreden; het naar buiten gekomen deel der intine berst, het speimatoplasma komt naar buiten, vervloeit als fijnkorrelige, slijmige massa in het 01111 ingende water en daarmee is dan de stuifmeelkorrel verwoest en vernietigd. Maar ook dan, als de intine niet berst, wordt toch het stuifmeel door het snelle opnemen van water zoo veranderd, dat zijn protoplasma het vermogen tot bevruchting verliest. Het schijnt, dat bij een langer verblijf der stuifmeelkorrels onder water de daarbinnen besloten protoplasten formeel verdrinken.

Zooveel is zeker, dat verreweg de groote meerderheid der stuifmee 1 korrels onder water bederven en dat reeds de bevochtiging met water een groot gevaar met zich voert. Uit gevaar, dat, om zoo te zeggen, dagelijks bij toevoer van regen en overvloedigen dauw kan optreden, moet vermeden worden; het stuifmeel moet door beschuttende middelen tegen den schadelijken invloed van vocht, vooral van den neerslag uit den dampkring, worden beveiligd; het moet zich kunnen ontwikkelen in omstandigheden, waarin er van vocht, als zijnde een schadelijke factor, aboluut geen sprake is.

Haai waai ïegenperioden en tijden geheel zonder regen geregeld met elkander afwisselen, zooals bij voorbeeld in de Llano's of groote grasvlakten van Venezuela, in de campo's van Brazilië, in de droge gebieden van Indië en den Soedan, maar vooral in het ten Zuiden van den Steenbokskeerkring gelegen deel

Sluiten