Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groene blad spreidt zich eerst dan vlak uit en houdt met de eene lob van zijn hartvormig uitgesneden voet den naar beneden gegroeiden bloemsteel en daarmee ook de erdoor gedragen knoppen stevig op hun plaats. Springen dan die knoppen en tegelijk ook de antheren open, dan zijn ze toegedekt door de vlakke schijf van het blad, waarvan de neerdruppelende regen afvalt, zonder ooit de bloem en haar stuifmeel te bevochtigen.

Bij vele Aroïdeeën wordt de bloeikolf in den tijd, als het stuifmeel uit de opengesprongen helmknoppen naar buiten komt, door het groote gemeenschappelijke omhulsel, de zoogenaamde bloeischeede, geheel

Bescherming van het stuifmeel tegen vocht. 1. lmpatiens nolitangere, Springzaad, waarbij de bloemen onder de bladeren schuil gaan. 2 — 5. Hippophaë rhamnoides, Duindoorn. 6. Convallaria majalis, Lelie Tan Dalen. 7. Euphrasia stricta, een soort Tan Oogentroost. 8. Stempelslippen, met daaronder verborgt» helmknoppen van Iris Sibirica, een soort van Lisch. De figuren 1, 2, 6 — 8 in natuurlijke grootte, fig. 3 — 5 een weinig vergroot. Zie blz. 122 tot 126

overdekt, zoo met name bij de vreemde Japansche Arisema ringen», welker bloeischeede als een Phrygische muts zich over de inttorescentie welft; en niet minder vreemd bij de op blz. 125 in Fig. 1 afgebeelde Ariopsis peltata, welker bloeikolf tegen iedere bevochtiging door regen en dauw beschut wordt door een omhullend blad, dat men nog het best bij een omgekeerde boot kan vergelijken.

De tot de Myrtac-eeën behoorende heester Genetyllis iulipifera draagt aan de toppen van zijne dunne, houtige takken bloemgroepen, die men op 't eerste gezicht voor overhangende tulpen zou kunnen houden. Ziet men nauwkeuriger toe, dan blijkt, dat de groote, witte, roodgeaderde bladeren, die aan de bloemekleedselen der Tulp herinneren, schutbladeren zijn, die de dicht opeen-

Sluiten