Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

» aderen neemt men waar bij de inflorescentiën van de met de Hortensia's ^rwante in Flonda inheemsche Hydrangia quercifolia, afgebeeld op blz. 130 in Fuj. 8. De tot een mooien, forschen ruiker vereenigde bloemen van deze plant yn van tweeerlei soort; de eene soort bevat meeldraden en stampers, maar slechts zeer kleine groenachtige bloembekleedselen, die niet in staat zouden zijn, het stuifmeel van de m hunne buurt staande meeldraden tegen regen en dauw te beschermen; de andere soort heeft noch meeldraden, noch stampers maar de bloembekleedselen zijn zeer groot, wit gekleurd en vlak uitgespreid' terwijl zij zoo blijven zitten, dat ze op hun rechtovereindstaande stelen er als paraplu,es uitzien. /,, komen voor aan de uiterste en hoogste takjes van den heester en zijn altijd zóó geplaatst, dat door hen de regen van de lager afgehouden. gegroepeerde, kleine, stuifmeelproduceerende bloemen wo°rdt

In zeldzame gevallen functionneeren wel eens de stijlen en stem-

? an Si8"1! SSmiddelen V00r het stuif"ieel. Dit is zeer in t oogvallend bi, de Lis cl,, In,, het geval. De stempel dezer plant is in drie blad-

achtige deelen gespleten, die in eene flauwe bocht naar buiten zijn gebogen en die

elk in twee getande slipjes uitloopen. zooals de afbeelding op blz. 123 in Fin 8

laat zien. De gewelfde, langs de middellijn gewoonlijk een weinig gekielde zijde

van deze bladachtige stempelslippen is „aar boven, de uitgeholde zijde naar

beneden gekeend. Dicht tegen ,lien „itgeholden kant „„„ ligt m, ,1e „,'it „tuifl

meel beladen helmknop, en deze is hier zoo veilig gebogen, dat hij zelfs bij

stroomende regen, „ooit een druppeltje water zal opvangen

Op een geheel ander principe berust de aard der bescherming bij

die planten, welker bloemen de gedaante van een trompet hebben

en daarom door de botanici hypocmteriformis, trom p et vo r m ig worden genoemd' De hiertoe behoorende soorten van Phlox en Daphne en vóór alle de sierlijke soorten van de ,n de nevelen van het hooggebergte welig tierende Primulaceeen uit het geslacht Androsace, Aretia, alsook de mooie Sleutelbloemen met rechtovereindstaande bloemen, bij voorbeeld Primula farinom, dentkulata

2Ï Ztam\ ; bloemen, die van boven geen gewelf of dak bezitten, maai' met de gesloten monding van hunne plotseling in den uitgespreide.! zoom overgaande buis „aar den hemel zijn gekeerd, zooals de afbeelding van blz 1*5 in hg. b en 7 laat zien, waardoor dauw-en regendroppels zich op den demondindei bu,s omringenden zoom kunnen verzamelen. Het schijnt onvermijdelijk dat hier een deel der waterdroppels bij de in de buis gelegen, met stuifmeel bedekte antheren komt ; maar toch wordt het stuifmeel door de„ regen ontzien en blijft droog want de buis is bij haar overgang in den zoom plotseling nauwer geworden, vaak ook is ze bezet met naar binnen uitstekende randen van i al lusweefsel en daardoor zoo vernauwd, dat wel insecten met hun dunnen snuit er doorheen kunnen, om van den bodem der bloem den honig op te zuigen maar dat de mogelijk op den zoom liggende regen- en dauwdruppels móeten te! blijven, daar de lucht uit de buis niet kan ontwijken. Na een regenbui vindt men op elke bloem van de afgebeelde, op de moraines voorkomende

Sluiten