Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is de bloeitijd voorbij, en de bescherming van de in het binnenste deibloem geborgen, met stuifmeel bedekte helmknoppen overbodig geworden, dan worden in de meeste gevallen, bij voorbeeld bij Digitalis, Soldanella, Moneses, Fritillaria en Gexim rivale, de stelen weer recht, en de uit de bloemen ontstane vruchten, vooral als het droge vruchten zijn, worden gedragen op rechtovereindstaande stelen. Dit proces, dat door de afbeelding op blz. 125 in Fig. 4 en 5 aanschouwelijk bij een soort van Digitalis is voorgesteld, treedt op bij honderden planten, tot de meest uiteenloopende familiën behoorend en op velerlei manieren gewijzigd.

Bij eenige planten, die hun bloemen in trossen of aren dragen, krommen zich vóór den bloei niet de bloemstelen, maar daar buigt zich de spil, waarvan de bloemstelen uitgaan, waardoor de geheele trossen of aren knikkend of overhangend worden. De bloemen komen dan alle naar beneden te te hangen, en de bloembekleedselen beschutten als een dak het aan de helmknoppen hechtende stuifmeel. Zoo is het bij voorbeeld gesteld met de bloemen van Laurierkers, I'runus Inurocerasus, en Vogelkers, Prunus padus; met die van de Gewone Berberis, Berberis vulgaris en de Groenblijvende Berberis, Mahonia aquifolium.

Ook bij de aarvormige bloemgroepen of katjes van Juglans regiu, den Walnoot; van Berk, Betula; Els, Alnus en Populier, Populus, verandert de stand van de as der katjes kort vóór het openspringen van de helmknoppen, waardoor beschutting geboden wordt aan het door het openspringen vrijgelaten stuifmeel. In jeugdigen toestand zijn de meeldraadbloemen van deze planten dicht bijeen geplaatst en vormen, vast aaneensluitend, stijve, rechtovereindstaande, cilindervormige katjes. Vóór het ontluiken verlengt zich echter de bloemspil der katjes, zij wordt hangend en de door haar gedragen, nu een weinig uiteenwijkende bloemen krijgen daardoor een omgekeerden stand, en wel zoo, dat het uit kleine schubben en perigoniumblaadjes bestaande bloemdek naar boven, de helmknoppen daarentegen naar beneden komen te staan, zooals de afbeelding van de Walnoot, op blz. 102 laat zien.

De helmknoppen, die bij de genoemde katjes nu onder liet bloemdek als onder een dakje opgehangen zijn, gaan open, het stuifmeel dringt uit de openingen naar buiten, maar stuift niet dadelijk weg in de vrije lucht, doch loodrecht naar beneden vallende, wordt het opgevangen in de uithollingen, die op de naar boven gekeerde rugzijde der afzonderlijke bloempjes aanwezig zijn. Hier blijft het liggen, tot bij droog weder een windstoot komt, die het op later nog uitvoeriger te bespreken wijze, zal overbrengen op de stempels. Tot zoolang is het op zijn bewaarplaats tegen regen en dauw door de erboven geplaatste bloemen van hetzelfde katje beschut en het bloemdek van elke bloem is dus aan den eenen kant een depót, voor het stuifmeel van de liooger geplaatste bloemen, en tegelijk een beschuttend dak voor het op de rugzijde van de lager geplaatste bloemen uit de helmknoppen gevallen stuifmeel, zooals dat door de afbeelding op bladz. 102 aanschouwelijk is voorgesteld en ook bij de Hazelaar te zien is.

Zeer belangwekkend zijn die bloemen en bloeiwijzen, die slechts

Sluiten