Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemen, waar dit proces bijzonder duidelijk aan kan worden waargenomen. Veelvuldiger schijnt deze beschutting voor het stuifmeel voor te komen in warmer streken, en wel in subtropische en tropische gebieden, ten minste de Kaneelboom, de Kamferboom, de Laurier en over 't geheel de Lauraceeën, verder de Aralia's en Cycadeeën, de soorten van het geslacht Ricinus en Euphorhia, de Cistaceeën of Zonnekruidachtigen, de Wijnstok. Vitis en de meeste andere Wijnstokachtigen, de Tulpenboom, Liriudendnm en de Magnoliaceeën, verder van Naaldboom en het geslacht < 'eplmlotaxus, vertoonen alle op uitstekende wijze het periodieke openen en sluiten van de helmknoppen.

Bescherming van hot stuifmeel door de werking der helm knopjes. 1. De bloem van Bulbocodium in droge lucht, bij zonneschijn: het bloemdek zoowel als de helmknoppen zijn hier geopend. 2. Een enkel»' geopende helmknop. 3. Dezelfde bloem in vochtige lucht; het bloenulek is half geopend, d»helmknoppen zijn gesloten. 4. Ken dezer gesloten helmknoppen. 5. Ken bloem van Alchenulla vulgaviSy de Gelobde Leeuweklauw, in droge lucht, met geopende helmknoppen. 6 en 7. Een geheel- en een halfgeopende helmknop. 8. Dezelfde bloem bij regenachtig weer, met gesloten helmknoppen. 9 en 10. Twee dier helmknoppen afzonderlijk. 11. Bloem van den Laurier, Lnurus nobilis, in droge lucht, met geopende helmknoppen. 12. Ken dier geopende helmknoppen. 13. Dezelfde bloem bij regenachtig weer, met gesloten helmknoppen. 14. Een dier gesloten helmknoppen. 15. Meeldraadbloempjes van Juntperus Virginiaua, in droge lucht. 16. Enkele dier bloempjes vergroot. 17. Dezelfde bloempjes bij regenachtig weer. 18. Enkele dezer vergroot. — De figuren 1,0, 15 en 17 natuurlijke grootte, de overige 2 tot 8 maal vergroot. Zie blz. 140 e. v.

Dit openen en sluiten is het gevolg van veranderingen in den vochtigheidstoestand der lucht en berust op de samentrekking en uitrekking van die hygroscopische cellen, die zich onder de opperhuid van den stuifmeelkorrelwand hebben gevormd, en die in het vorige hoofdstuk reeds werden besproken. De invloed der warmte heeft namelijk bij hen, evenals bij de bewegingen van de omwindselbladen van de bloemhoofdjes van Driedistel, slechts in zoo ver eenige beteekenis, als met liet rijzen en dalen der temperatuur ook de betrekkelijke vochtigheid der lucht gewijzigd wordt. Daar in gewone omstandigheden de gang der temperatuur, als ook de toeneming en de afneming der vochtigheid gebonden

Sluiten