Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is aan de wisseling van dag en nacht, laat het zich gemakkelijk begrijpen, dat ook het openen en sluiten der helmknoppen aan een zekere periodiciteit is gebonden, en dat zich bij toenemende vochtigheid 's avonds de helmknoppen sluiten, zij den geheelen nacht door gesloten blijven en eerst na zonsopgang, bij afnemende vochtigheid, zicli weer beginnen te openen.

Wanneer een bloem tegelijk helmknoppen bezit, die zich periodiek openen en sluiten, en bloembekleedselen, die hetzelfde doen, dan hebben de overeenkomstige bewegingen meestal tegelijkertijd plaats; maar daar de oorzaak der beweging hier en daar verschillend is, kan het ook gebeuren, dat er geen harmonie daartusschen valt op te merken. Wanneer bij voorbeeld na lang aanhoudenden legen een blik van de zon vol warmte valt op de bloembekleedselen van Bulbocodium en ze opent, dan kunnen toch de helmknoppen nog gesloten blijven, als gelijktijdig de vochtigheid van de lucht nog groot is.

Do helmknoppen sluiten zich bij naderend gevaar en doen dat veel sneller dan do bloembekleedselen. Gewoonlijk zijn daarvoor slechts enkele minuten noodig, in vele gevallen zelfs maar een halve minuut. De helmknoppen van Ihesium alpinum, liet Alpen Bergvlas, sluiten zich, nadat zo nat zijn geworden, binnen dertig seconden. Hij deze plant is het verschijnsel van de sluiting ook nog daarom zeer interessant, omdat de bevochtiging van den helinknopwand tot stand komt door een eigenaardig, op de bloembladeren geplaatst haarbundeltje, een proces, dat wij hier zoo kort mogelijk even willen beschrijven.

De bloemen van bedoeld Bergvlas, Thesium alpinum, koeren zich mot don uitgespreiden zoom naar den hemel. In dezen stand blijven ze onveranderd dag en nacht, bij goed en slecht weêr. De van boven neervallende regendroppels, alsook de in heldere nachten ontstaande dauw, komen dus onvermijdelijk op de geopende bloemen. Nu is echter door den vorm van don zoom en ten gevolge van de omstandigheid, dat hot weefsel daarvan niet vochtig wordt, verhinderd, dat dadelijk de gelieele bloem nat wordt; regen en dauw zetten hun waterparels af op den zoom, en de helmknoppen worden aanvankelijk niet rechtstreeks erdoor getroffen. Toch gaan de helmknoppen dadelijk dicht, nadat de waterparels zijn afgezet, wat daardoor wordt verklaard, dat de bloembladen met de ervoor staande antheren door een bundeltje samengedraaide haren verbonden zijn, dat niet alleen heel gemakkelijk vocht opneemt, maar ook als de pit van een kaars het water heenleidt naar den helmknop, en daardoor de sluiting van den helmknop teweegbrengt.

Ken eigenaardige bescherming, die door de wanden der helmknoppen geboden wordt aan het reeds vrijgelaten en voor 't afhalen door insecten gereed liggende stuifmeel, neemt men waar bij veel distelachtige planten, bij voorbeeld bij Onopordon, Wegdistel en bij de Centaurea. De bouw van de helmknoppenbuis en de vrijlating van het stuifmeel in de ruimte daarbinnen, alsook de bouw van den stijl en zijn ligging in de antherenbuis zijn bij deze planten niet veel verschillend van die der op blz. 129 besproken Samengesteldbloemigen in het.algemeen; maar een wezenlijk onderscheid bestaat daarin, dat liet stuifmeel niet door den zich veilengenden stijl, maar door de zich verkortende holmdradcn, die de

Sluiten