Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze opmerking treft zeer bepaald doel bij de hier besproken beschuttingsmiddelen van het stuifmeel tegen vochtigheid; want het staat vast, dat de meeste van de geschetste inrichtingen naast het opgegevene ook nog het een of ander daarbuiten liggend voordeel voor de plant kunnen meebrengen.

In vele gevallen wordt b. v. door het zich sluiten der bloembekleedselen niet alleen een bescherming van het stuifmeel bereikt, maar tevens wordt daardoor bij uitblijvend insectenbezoek, de overbrenging van het stuifmeel op de naburige stempels mogelijk gemaakt, waarop wij in een later hoofdstuk uitvoerig zullen terugkomen. Verder zou, als een van onderen met honig gevulde bloembeker onbedekt bleef blootgesteld aan den erin neervallenden regen, de honig al spoedig verwaterd worden en hij zou daardoor voor de insecten geen aanlokkingsmiddel meer kunnen zijn. Hieruit mag men besluiten, dat liet afsluiten van den toegang tot de bloem, de vernauwing van de bloembuis en ook het overhangen van honigbezittende bloemen niet enkel het stuifmeel ten goede komt, maar ook den honig beschut tegen vocht.

Door de vernauwing van de bloembuis, alsook door het grendelen of geheel afsluiten van den ingang tot het binnenste der bloem, worden aan den anderen kant ook bepaalde honigzoekende dieren, welker bezoek do plant geen voordeel zou kunnen aanbrengen, tegengehouden. Eindelijk kunnen ook die insecten, die het stuifmeel zouden eten, zonder ook maar het geringste deel ervan naar andere bloemen over te brengen, door de genoemde inrichtingen worden geweerd. In dit laatste opzicht bestaan er wel ook nog bijzondere inrichtingen, waarvan een der meest in t oog vallende voorkomt bij Mimulus (de zoogenaamde „Goochelaarsbloem") en bij Galeopsis, Hennep netel. Deze laatste is aanschouwelijk gemaakt door de afbeelding van een meeldraad van Galeopsis <oi</nstifolia, Smalbladige Hennepnetel, op blz. 97 in Fig. 19. In dit geval zijn namelijk de helmknoppen van twee deksels voorzien, die slechts door een deel van de bloemenbezoekende insecten kunnen worden opgelicht. Insecten, wier lichaamsgrootte zóó is, dat bij het binnenkomen in de bloem het stuifmeel uit de helmknoppen op hun rug wordt afgestreken, zijn in staat de dekseltjes van de antheren, door erlangs te strijken, op te tillen en daardoor toegang tot liet stuifmeel te krijgen. Kleinere dieren daarentegen, die bij een bezoek aan genoemde bloemen het stuifmeel niet op den rug krijgen en liet dus ook niet naar de stempels van andere bloemen zouden brengen, hebben niet de kracht de helmknoppen te openen, en zoo is het stuifmeel door middel van die dekseltjes niet enkel tegen vocht, maar ook tegen de kleine, schadelijke roovers voortreffelijk beschermd.

Sluiten