Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de helmhokjes en het stuifmeel wordt met geweld in de lucht geslingerd, zooals m hu,. 4 te zien is. Zijn alle helmknoppen geledigd, dan buigen de helmdraden zich in een boog buiten het bloemdek (zie Fig. 5) en spoedig valt de

dc^sten-el' ,7" dl° nu V00r de Plant See" waarde meer heeft, van

Het wegslingeren van het stuivend pollen heeft bij al deze planten alleen ( in plaats, als in den tijd van den zonsopgang een lichte, uitdrogende morgenwind over de planten heen.strijkt, en ten gevolge daarvan een verandering in

een hoofdje vereende Zuw^keVernet V. "ZZn 0b^d?reVltdl„eErakbeb^erd!, ^ ae mannelijke bloomen. 3. Doorsnede van een nog gesloten mannellit 1,1 • • m een aai' srozeten

de omgebogen helmdraden ziet. 4 Doorsnede vin een ireonen M I0eni.PJe' waarln mon do meeidraden met

Xr rïïiarei - f=»

natuurlijke grootte; F.g. 3 tot 6 ongeveer 6-maal vergroot. Zie blz. 155 e. v.

de spanning der weefsels plaats heeft. Bij volledige windstilte en in zoele, ochtige lucht, alsook wanneer het regent, blijven de bloemen gesloten en dus heeft er geen verspreiding van het stuivende pollen plaats, of liever gezegd, het stuiven wordt zoo lang uitgesteld, tot de lucht weer droog is geworden en tot er weer een fnsch koeltje is opgestoken, dat de bloemdragende takken in een schommelende beweging brengt en schudt, Voor een juist begrip van de overbrenging van stuivend pollen is dit resultaat der ervaring van groot gewicht

Sluiten