Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mozaïek dicht aaneen, zoodat men bij een oppervlakkige beschouwing de helmknoppen in 't geheel niet te zien krijgt. Als het stuifmeel rijp is geworden en stoffijn, springen de onder de plaatjes verborgen helmhokjes open, de wanden ervan verschrompelen, en de meeldraden nemen dan den vorm aan, zooals Fig. 2 in de afbeelding hieronder te zien geeft.

De schildjes, door de helmbindsels van dezen Taxus gevormd, gelijken dan op koepels, die op korte zuiltjes worden gedragen en zich welven over de ruimten, waarin los, stoffijn pollen bewaard ligt. In warme, droge lucht trekt het weefsel der schildjes zich een weinig samen: ten gevolge daarvan ontstaan er tusschen de schildjes spleetvormige openingen, en het uit de helmknoppen bestaande

hoofdje ziet er als v gespleten uit, zooals de afbeelding hiernaast in Fig. 3 laat zien. Zoodra nu een windstoot de takken van den Venijnboom in beweging brengt, stuift een deel van het pollen door de gevormde spleetjes in de gedaante van kleine wolkjes naar buiten, 's Avonds, als de lucht vochtig wordt, en ook op donkere, regenachtige

rlflirnn «liiifmi

schildjes zich weer 9 ftpy

aaneen, het nog v OOI - f a x i s of Venijnbooni, Taxus baccata. 1. Een helmknup met gesloten handen stuifmeel helmhokjes. 2. Een helmknop met geopende en geledigde helmhokjes; beide i. . 1 , . ongeveer 1 O-maal vergroot. 3. Een tak waarvan een deel der onderste bloemen

wordt in de doosjes bezi„ jg te stuiTen. 3.mfta, vorgroot.

weggeborgen en is

tegen vocht beveiligd. Komt er dan weer warmte en droogte, dan verschijnen de openingen opnieuw en de laatste rest van het stuifmeel kan uitgeschud en weggeblazen worden.

De inrichting, die hier bij Taxis werd geschetst als bij een gemakkelijk toegankelijk voorbeeld, vindt men, in bijzonderheden op allerlei manieren gewijzigd, maar in de hoofdzaken overeenstemmend, terug bij J e n everbes, Junipenis; Cypres, Cupretwus en Levensboom, Thuja, en wij hebben reeds van een soort van Jeneverbes, namelijk Junipcru.t Vin/iniana, de bij droge lucht geopende en bij vochtige lucht gesloten hoofdjes van meeldraadbloemen op blz. 141, in een der daar gegeven afbeeldingen, voorgesteld.

Merkwaardigerwijze bezitten ook de overigens met de het laatst genoemde

Sluiten