Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de schroefvormig gedraaide spleten ziet men een goudgeel, kleverig stuifmeel te voorschijn komen. Elke bloem is slechts gedurende één nacht wijd geopend; reeds den volgenden dag buigen de toppen der zes bloemdekbladeren naar elkander toe. en de bloem heeft nu den vorm aangenomen van een ballon of van een blaas, met zes smalle openingen in de wanden, zooals op de afbeelding hiernaast in Fig. 1 te zien is.

In de schemering des avonds en in den nacht fladderen nu 0111 de bloemen der Yucca talrijke kleine, geelwitte, in den maneschijn met metaalglans schitterende nachtvlindertjes, Pronuba yuccaselln, waarvan er een hiernevens in /-'///. 4 is voorgesteld. De wijfjes van deze vlinders komen binnen in de wijd geopende klokken en zoeken zich daar eerst meester te maken van het stuifmeel, maar niet om het op te eten. wat aan vlinders, die slechts vocht kunnen opzuigen, onmogelijk zou vallen, maar om het weg te slepen. Zo zijn voor dit doel voorzien van een bijzondere inrichting. Het eerste lid van de kaaktasters is zeer verlengd en aan de binnenzijde bezet met stijve borstelharen, terwijl het, evenals de roltong, kan worden opgerold, zooals Fig. r> van de afbeelding laat zien. Het dient voor het aanvatten, in elkaar kneden en vasthouden van het stuifmeel. In zeer korten tijd hebben de vlinders door middel van dit grijporgaan een bolletje stuifmeel vergaderd, dat aan de benedenzijde van den kop door die opgerolde kaaktasters wordt vastgehouden en den indruk maakt van een vrij groot voorwerp.

Beladen met dit pakje stuifmeel, dat soms driemaal zoo groot is als de kop, verlaat de vlinder de eene bloem, om terstond een tweede op te zoeken. Hier aangekomen, loopt hij duchtig in een kringetje rond, doet af en toe op eens een sprongetje en plaatst zich eindelijk op twee van de dikke, naar buiten gebogen helmdraden, terwijl ze zich er met wijd uitstaande pootjes op neerzet. Zij tracht nu, met de legbuis een geschikt punt te vinden, op zij van den stampei') en zet haar eieren af. De legbuis bestaat uit vier aaneensluitende, hoornachtige borstelharen en is er precies op ingericht, dat het weefsel van den stamper der Yuccabloem erdoor kan worden doorboord. Nadat de eieren zijn gelegd en de buis teruggetrokken is, loopt de vlinder naar de punt van den trechtervormig uitgeholden stempel, die in Fig. 3 is afgebeeld, ontrolt daar de opgerolde kaaktasters en stopt het stuifmeel in het stempeltrechtertje, terwijl hij daarbij herhaaldelijk knikkende bewegingen met den kop uitvoert (zie Fig. 2). Men meent, dat dezelfde wijfjesvlinder in dezelfde bloem liet eierleggen en 't vullen van den stempel met stuifmeel bij afwisseling eenige malen herhaalt.

De meeste in den stamper gebrachte eieren worden afgezet in het vruchtbeginsel, dichtbij de zaadknoppen. Ze zijn langwerpig, smal en doorschijnend, nemen snel in grootte toe en men bespeurt er al spoedig eene opgerolde kiem in. Heeds op den vierden of vijfden dag kruipt de rups er uit en begint terstond de zaadknoppen in de holte van het vruchtbeginsel te nuttigen. Iedere rups heeft tijdens den loop harer ontwikkeling 18 tot 20 zaden als voedsel noodig. Is zij volwassen, dan bijt ze in den nog saprijken wand van het vruchtbeginsel een gat, kruipt daardoor naar buiten, laat zich aan een draad op den grond

Sluiten