Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijnde bemerken, boe de vork in den steel zit, natuurlijk niet tot hun genoegen.

Op zonderlinge wijze zijn de schutbladeren van verschillende in het Middellandsche floragebied inheemsche soorten van Lavendel en Salie, zooals Jjfimndula peduncidata en stoechas, Stdcia viridis e. a. geschikt geworden, om insecten aan te lokken. De onderste helft der in een aar geplaatste kransen draagt bij deze planten bundels bloemen, die uitsteken boven nietige, kleine schutblaadjes, maar daarentegen zijn aan den top van de verzameling bloemen de laatste klein en nietig, terwijl de schutbladeren hier vergroot zijn en helder gekleurd, vereenigd tot een pluim, zoodat ze daarboven precies gelijken op blauwe of roode vlagjes, op den nok van een gebouw uitgestoken, zooals ze op de afbeelding van hlz. 210 in Fiy. 4 te zien zijn.

De planten, welke tot nu toe tot voorbeeld werden gekozen, om de beteekenis van de kleur voor de bloemen, 't zij die zich aan de omwindsels of aan de bloemen zelf vertoont, te verklaren, hebben altijd slechts één tegen het groen der bladeren afstekende tint, dat wil zeggen, de geheele bloem, de bloeiwijze of de groep schut- of omwindselbladeren, doet zich op eenigen afstand voor als wit of geel, violet of blauw, en steekt door die kleur, en door die alleen, in 't oog vallend af tegen de omgeving. Zeer dikwijls wordt echter het kleuren contrast niet door één, maar door twee of drie kleuren bereikt. In de bloemen van verschillende Basterd wederiken, bij voorbeeld Kpilohium hirsiitum, de Ruige Basterdwederik en Kpilohium montanum, de Berg-Basterdwederik, ziet men een door de stempels gevormd wit kruis op een rood veld; in die van Eén bes, Paris (/uadrifolia, staan rondom het groote donkerviolette vruchtbeginsel dooiergele helmknoppen, in een kring geplaatst. In 't midden van de bloemen dor Bernagie, liorago officinalis, rijst een zwarte kegel van antheren omhoog midden op de blauwe ster; in die van Bitterzoet, Solanum didcamara en van de Aardappel, Salmi uw tulxrosum, een gele helmknoppenkegel op een violette ster; in de bloemen der verschillende soorten van Kooltje Vuur, als Adonis flammea, Adonis aeslicalis en Adonis autumnalis, vormen de talrijke zwarte helmknoppen een donker centrum op rooden grond; in die van liet Speer kruid, I'olemoiiium coenUeum, een oranjekleurig centrum op blauwen grond; in de Lever bloem, IJcpatica, een wit middelpunt mede op blauwen grond, en in de bloemen van verscheiden Toortsen, als I erbascum austriaeum en \rerbascum nigrutn of Zwarte Toorts, ziet men violet behaarde helmdraden, die van do heldergele kroon en de oranjekleurige helmknoppen sterk in kleur afwijken. De donkerviolette kroonbladeren van Saxifraija bi/lont omranden een goudgeel middelveld, en in de bloemen van de in het Kaapland zoo veelvuldig voorkomende ijsplantjes, Mesembnjanthemum, wordt het uit de dicht bijeen staande helmknoppen bestaande gele middelveld omsloten door een groote menigte roode, smalle, straalsgewijs gegroepeerde kroonbladeren.

In al die gevallen steken de stempels en meeldraden af tegen de bloembekleedselen; het komt echter ook voor, dat de bloembekleedselen zelve de

Sluiten