Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen, is hot dier blootgesteld aan liet dreigend gevaar, te gronde te gaan uit gebrek aan voedsel.

I)e geur der bloemen als lokmiddel voor de insecten.

Evenals dc kleur staat ook de geur der planten in liet merkwaardigst verband met de dierenwereld. De van bladeren, stengels en wortels uitgaande geur dient, zooals in Deel II op blz. 72 en volgende werd gezegd, in hoofdzaak voor liet verwijderd houden en afschrikken van plantenetende dieren; de door de bloemen ontwikkelde geur daarentegen beeft de beteekenis van een aanlokkingsmiddel voor dc dieren, die bij hunne bezoeken het stuifmeel overbrengen van bloem tot bloem, van plant tot plant en die daardoor aan de planten een belangrijken dienst bewijzen. Bij de Aurikol, Primula nuricula; bij LieveVrouwe-B edstroo, Asperula odorata: bij Wijnruit, liuta <jraveolens en Lavendel, Lnvandula vent, hebben de bloem en de bladeren denzelfden geur, en hier worden door ééne en dezelfde stof de honig- en stuifnieelinzamelende insecten aangelokt èn de bladeren en bloemen beschermd tegen de nadeelen, die weidende dieren eraan konden toebrengen.

Zulk een gelijkmatige verspreiding der geurende stoffen over do meest uiteenloopende deelen van dezelfde plant komt echter betrekkelijk zelden voor, veel vaker verschilt de geur der bloemen van dien der bladeren. Zoo ontwikkelen bij voorbeeld de soorten van Look, b.v. Alliiuii chamnemóly, sibrricuw en suaveólens in hun bloemen honiggeur, die insecten tot een bezoek uitlokt: maar de bladeren hebben daarentegen den sterken geur van look of uien, waardoor weidende dieren worden afgeschrikt. Ook bij de meeste Schermbloemigen hebben de bloemen een anderen geur dan de bladeren, stengels en wortels. De bladeren van den boomachtigeii Umbellifeer Kurtjanf/ium Sumbiil, reeds in Deel II op blz. 484 besproken, ruiken naar muskus; de wortel van K oriander, Coriiindrum sntiviim heeft oen afschuwelijken, walgelijken wantsengeur, en de bladeren van de Gevlekte Scheerling of Dolle Kervel, Conium mnrulahini, hebben een afschrikkenden muizengeur. En toch bezitten de bloemen van deze drie Umbelliferen een fijnen honiggeur, waardoor insecten worden aangelokt.

Als wij hier spreken van muizengeur en wantsengeur, kan dat den lezer eerst een weinig vreemd schijnen. Gewoonlijk wordt toch liet door het reukorgaan waargenomene saaingevat en onderscheiden als lekker en leelijk of walgelijk, aangenaam of onaangenaam, terwijl alleen hetgeen lekker of aangenaam riekt als een geur wordt aangeduid, terwijl men het onaangenaam riekende stank noemt. Ook bezigt men wel voor beide liet woord reuk en zegt dat iets een aangenamen of' onaangenamen reuk heeft. Dit spraakgebruik laat echter wel iets te wenschen over. Het woord reuk duidt, evenals de

Sluiten