Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\Y o 1 fsme 1 ksoorten, als Cypres Wolfsmelk, Euphorbia cyparissius e. a., van \\ ilgen, als de A\ aterwilg, Sali.r caprea, Salijc daplinoides e. a.; van eenige Saniengesteldbloemigen, als Akker Vederdistel, Cirsium arvense en Circium brachycephaluni; van veel Schermbloemigen, als Angelica ufficinalis, Engelwortel; lleraeleum sphoudyliunt, Berenklauw; Meum muteUina; Piinpinella ma gun, Groote Bevernel; van talrijke Cruciferen, als Berg bchildzaad, jllyssum montanuin; Steenraket, Erysimuni odoratum; van veel Tulpen, Krookjes en Looksoorten, als de Bosch Tulp, Tulipa sylventri#', Crocus multifidus, AUium sibirinnn, Clia maeinoly e. a.; van de Boekweit, l'olygonuni fagopyrtini en nog vele andere. Ook de zoogenaamde zoete reuk van Klaver, die overigens niet enkel bij de Boode Klaver, Trifulium /iratense, maar ook bij andere Klaversoorten en over't geheel bij veel Vlinderbloemigen voorkomt, bijvoorbeeld bij Trifoliunt resupinatum en Lathyrus odoratus of Pronkerwt, is een zwakke soort van honiggeur.

De laatste of vijfde groep der geuren omvat die zuurstofrijke, etherische oliën, die men in de chemie terpenen noemt, en die dientengevolge als terp enoïde geuren worden aangeduid. De stoffen, waarvan deze geuren uitgaan, zijn nu eens in het plantenweefsel te vinden in afzonderlijke bewaarplaatsen, dan weer in de eindstandige, knopvormige cellen der zoogenaamde klierharen, meestal op den stengel of de bladeren, minder dikwijls op de bloemen. De bekendste, in de bloemen voorkomende, terpenoïdegeuren zijn de van nero liolie afkomstige oranjebloesemgeur, die in de bloemen van Citrus, den Oranjeboom, in die van Gardenia's, van 1'ittosporum Tobira, van de Siberische J'irus baccatw, van Campelia zanonia; liouvcirdia loiigiflora; Vanda Kuavis; Diaiithus monspessulanu* en een beetje gewijzigd in die van eenige Magnolia's, als Magnolia obovata en Magnolia Yulan wordt gevormd; dan de van citroenolie afkomstige citroengeur, die waar te nemen is aan enkele soorten van T hij in als Tligmus citriodorus, montanus enz., en vooral ook aan de bloemen van de sierplant de Witte Dip tam of het Essch enkruid, J)ictanuiiis fraxinella of Dietaninus albus; eindelijk nog do lavendelgeur, die afkomstig is van do niet enkel in de bladeren, maar ook in de bloemen van Lavendel, Lavandula, voorkomende 1 avendelolie.

Dat soms tweeërlei reukstoffen gelijktijdig door dezelfde bloem worden afgescheiden, en dat vooral de honiggeur niet zelden met een anderen geur gemengd voorkomt, werd terloops reeds dikwijls gezegd. De vaststelling van den aard van den geur wordt door dit vereenigd voorkomen zeer bemoeilijkt, vooral dan, als van de beide geuren nu eens de eene, dan de andere op den voorgrond treedt, en als dit nog daarbij afwisselt met den tijd van den dag. Men liooi't niet zelden zeer verschillend oordeelen over den geur van een bloem. De eene waarnemer meent den geur van Vanille, de andere van Viooltjes te herkennen. Beide kunnen toch gelijk hebben, in zoo ver namelijk, als feitelijk tweeërlei geuren uit dezelfde bloem kunnen uitstroomen, en door den eenen waarnemer de eene, door den anderen de andere geur beter kan worden waargenomen.

Sluiten