is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Sam e nges teld b 1 oem igen, Scabiosa's en Muurachtigen zijn, zooals men weet, zeer rijk aan honig. In veel daarvan reikt de voorraad honig tot boven de buis in het verwijde gedeelte der bloemkroon. Het zoete sap is echter alleen beschikbaar voor insecten, die van bovenaf op de bloemen aankomen, daar, waar met stuifmeel bedekte helmknoppen en stempels in den weg staan. I)e verwerving van den honig langs een anderen weg, bij voorbeeld van onderen of van ter zijde, moet worden vermeden. Nu zijn er echter vele insecten, vooral bijen en hommels, die, als ze den honig ruiken onder een dunne bedekking, die bedekking stuk bijten en zich door een eigengemaakte achterdeur in t genot stellen van den honig. Tegen hen moet een omhulling dienst doen, die het met honig gevulde, onderste deel der bloemen beschut, die moeilijk te dooidi ingen is, en die een aanval van onderen ot van de zijde af onmogelijk maakt, althans niet veel kans biedt op 't welslagen van een aanval. In die gevallen, waarin de omhoog-kruipende, vleugellooze insecten niet reeds lager aan den stengel door t een of andere verweermiddel worden tegengehouden, zijn dan ook de omhulsels gemaakt tot sterke, niet te passeeren barricaden. Daar er ook gevleugelde insecten op af zouden kunnen komen, om den honig van ter zijde te veroveren, moeten er ook in dat opzicht maatregelen worden genomen.

Men beschouwe 1111 maar eens het hoofdje van een Distel of den bloembundol (valsch scherm) van de eene of andere Anjelier, en lette op den stevigen, uit vele lagen bestaanden wal van dikke, stijve, als dakpannen op elkaar gelegen schubben, die t omwindsel der opeengehoopte, kleine, honigrijkc bloemen samenstellen. De sterkste hommel zou noodelooze moeite doen, zoo hij beproefde door dien wal heen te bijten en van den kant af toegang tot den honig te krijgen, /oo hij geen afstand wil doen van de kans op buit en niet onverrichterzake wil wegvliegen, moet hij, of hij wil of niet, over den beschuttonden muur heen klauteren 0111 van boven af tot de met honig gevulde bloemen te naderen.

Dat ook verwijde, opgezwollen en tot bl aas vorm ige omhulsels vergroeide bloem bekleedsels tot taak kunnen hebben, den door hen omgeven honig tegen aanvallen van ter zijde te beveiligen, en de den honig speurende insecten te wijzen op den weg door de langs helmknoppen en stempels leidende poort der bloemen, wordt algemeen aangenomen en is ook in sommige gevallen zeker volkomen waar. Als bij voorbeeld de honig van den hem omsluitenden wand van een opgeblazen kelk 20 millimeter is verwijderd, zou hij door hommels, wier tong slechts 8 millimeter lang is, door de in den wand van den opgeblazen kelk gebeten openingen niet kunnen worden bereikt; deze hommels zouden langs den gewonen weg door de geopende bloemdeur den honig gemakkelijker bereiken en zullen zeker dan ook dien gemakkelijker weg inslaan.

Maar zulk een verhouding tusschen de lengte van tong of snuit en de afstand tusschen den honig en den dunnen, vliezigen kelkvvand komt slechts zelden voor; in vele gevallen bedraagt de afstand nauwelijks 8 millimeter, zoodat de