Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook in de schotelvormige, open bloemen van liet I'arnaskruid, I'nrnassiii pal listris, kan men de hier geschetste bewegingen waarnemen. Alleen is daar het aantal meeldraden tot vijf beperkt, en telkens wordt slechts één helinknop op den weg van de op de bloem aanvliegende insecten geplaatst, zooals op de afbeelding van blz. 296 in F ij/. 4 te zien is. I)e honig wordt in twee kleine, langwerpige holten aan de binnenzijde van vreemd gevormde, bladachtige orgaantjes afgescheiden, die van eigenaardige omhoog staande franje zijn voorzien. Als de op den honig beluste insecten van boven af in 't midden van de bloem binnenkomen, blijft hun niet anders over, dan met hun snuit langs dien helinknop te strijken, die juist op dien dag zijn stuifmeel heeft vrijgelaten en dichtbij den toegangsweg staat.

Hij dit I'arnaskruid is trouwens nog een andere, zeer interessante inrichting op te merken, die wij hier het geschiktst kunnen behandelen. Men moet zich namelijk de vraag stellen, hoe die insecten handelen, die niet van bovenaf op den honig aankomen, maar op den rand der bloembladeren aanvliegen. Als zij zich van den rand der schotelvormig uitgespreide bloembladeren bewegen naar de bovengenoemde honigbakjes, worden ze op dien weg tegengehouden door een soort van hekwerk, dat gevormd wordt door de straalsgewijs afstaande franjes van de eigenaardig gevormde „honigbladen." Dat hekwerk is echter niet onoverkomelijk; de spijlen scheiden geen kleefstof af, eindigen ook niet in stekende punten, maar dragen op de uiteinden bolvormige, gele knopjes, en herinneren in zoo ver aan spelden of ook eenigszins aan de teenen van een boomkikvorsch, (zie op de afbeelding van blz. 296, in Fig. 5). De van den rand der kroonbladeren naderende insecten klauteren over dit hekje met gemak heen, zonder er eenig nadeel van te ondervinden, en komen dan bij de naar het middelpunt der bloem gekeerde zijde van de honigbakjes, waar ze datgene vinden, wat ze zoeken, namelijk den honig. Maar bij het overklauteren van het hek komen ze zoo dicht hij het midden der bloem, dat ze daar den helinknop aanraken, die juist dienst heeft, dat is, die op den bedoelden dag open is gegaan, en nu het stuifmeel presenteerend, door een doeltreffende beweging van den helmdraad juist bij den toegang tot den nectar geplaatst is.

Wij hebben hier bij dit I'arnaskruid dus te doen met een dier merkwaardige gevallen, waarin de bloem voor verschillende bezoekers tegelijk is ingericht; voor insecten, die van bovenaf hij den nectar komen en voor die, welke van hun landingsplaats op den zoom der bloembekleedselen er toe naderen. Langs den eenen, zoowel als langs den anderen weg, zijn ze gedwongen, den in het midden der bloem staanden helinknop aan te raken en zich met het stuifmeel te beladen.

In al de boven besproken gevallen is liet stuifmeel uit de helmhokjes in massa naar buiten gekomen en vormt i>f dikke hoopjes boven de geopende hokjes, of is als kleverig belegsel te zien op de slanke stijlen, waardoor het uit do lielmknoppenbuis werd naar buiten geborsteld. De insecten, die deze bloemen bezoeken, komen er onmiddellijk mee in aanraking; het is op geen enkele manier verborgen en staat zoo geheel open aan den weg, dien de insecten gaan.

Sluiten