Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een spoor, terwijl de met honig gevulde cellen van die spoor dan door insecten aangeboord en uitgezogen worden, wat bij voorbeeld bij het geslacht Orchis het geval is. Of er wordt in de nauwe buis der spoor honig afgescheiden, die in 't bijzonder vlinders lokt, als bij de geslachten Naaktklierbloetn, Gi/iiniadenia, en Breed knop, L'htUintheru, afgebeeld in Fit/. 9 van de afbeelding' op blz. 266.

Aan liet snaveltje, rostellum, vindt men zeer dikwijls twee afzonderlijke hechtschijfjes, waarvan zich ieder slechts met één stuifmeelklompje in verbinding stelt. l)c insecten trekken daardoor bij het verlaten der bloemen niet altijd beide, maar dikwijls slechts één der pollinia uit den helmknop. Bij de soorten van het geslacht Tweeblad, Listera, is het rostellum bladachtig, reikt als een scherm over den stempel heen, maar is met de stuifmeelklompjes in 't begin van den bloei niet verbonden. Zoodra het echter wordt aangeraakt komt er dadelijk een druppel taai vocht voor den dag, die zich eensdeels aan het aanrakende lichaam vasthecht, anderdeels aan de boven het rostellum gelegen stuifmeelklompjes, binnen twee tot drie seconden hard wordt en dus het aanrakende lichaam doet samenkleven met de stuifmeelklompjes. Als de kleine sluipwespen uit de geslachten Cryptus, Iclineumon en Tryplwn, en nog meer de kleine kevers uit het geslacht Grammoptera, op de lip aankomen en het mot honig gevulde groefje van beneden naar boven uitlikken, komen ze bij 't slot van hun maaltijd met den vooruitspringenden kant van het rostellum in aanraking; dadelijk worden ze op de beschreven wijze voorzien van de stuifmeelklompjes op den kop, en als do diertjes dan weer wegvliegen, moeten ze onvermijdelijk ook de op het voorhoofd vastzittende pollinia als geschenk meedragen.

Merkwaardig genoeg, worden soms de klevende lichaampjes ook aan de oog en der insecten vastgehecht, 't geen natuurlijk met een beperking van het gezichtsvermogen samengaat. Dit gebeurt vooral bij die bloemen van Orchideeën, welker helmhokjes en stuifmeelklompjes naar beneden uiteenwijken en in verbinding staan met twee gescheiden hechtschijfjes in het rostellum. In de bloemen van I'lntiuithrni inoiitinia, do Berg Breed knop, wijken de beide stuifmeelklompjes zoo ver uiteen, dat ze samen een hoek van 70" maken en een juk vormen, waaronder de vlinders hun kop moeten steken, als ze honig uit de lange spoor wil zuigen. Dan is liet onvermijdelijk, dat de hechtschijfjes en door middel hiervan ook de pollinia rechts en links aan den kop worden vastgehecht, en dat daarbij dikwijls ook de oogen er mee bekleefd worden. Bij de verschillende soorten van het geslacht Gyiiinmliiiiii, Naak tklierbl oem , blijven do stuifmeelklompjes zitten op zij van de rol tong der zuigende kleine uilen; bij llmiiitiiuni tuniiorcliis, de liochtlip, daarentegen aan de voorpooten der honiglikkonde kleine vlies vleugel igen en kevers. Zoo zouden er nog vele andere inrichtingen kunnen worden aangegeven, die ook in dit opzicht de merkwaardige betrekkingen tusschen don vorm der bloemen en den vorm der dieren, die de bloemen bezoeken, in het licht stellen.

Ten tijde van het insectenbezoek is bij de het laatst besproken Orchideeën,

A. Kkrnkk von Maiulaun*. Het leven der planten. III. 20

Sluiten