Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onvermijdelijk stooten, wat eiken keer het uitstrooien van een snuifje pollen tengevolge heeft. Bij Sneeuwklokje, Galant!)ut; bij Cyclamen en Botnondia en nog vele andere, tot de meest uiteenloopende familiën belioorende planten, zijn hot eenvoudige stijve puntjes, die van den top van den helmknop afbuigen en zich op den weg der insecten plaatsen; bij Arbutus en bij de Berendruif, Arctostnphylos, (deze laatste reeds vroeger afgebeeld op blz. 284 in Fi</. 1) gaan van den rug van eiken helmknop twee horentjes uit, waartegen de honigzoekende insecten bij het binnenkomen in de bloem stooten, zoodat daardoor liet geheele strooitoestelletje in schudding geraakt en er stuifmeel uit de openingen wordt geschud.

Met de ontwikkeling van zulke peperbusvormige helmknoppen gaat meestal samen de vorming van actinomorphe, dat is regelmatige en wel hangende of knikkende bloemen, en alle tot dusver besproken, met strooitoestellen voorziene planten hebben inderdaad zulke naar alle zijden gelijk ontwikkelde bloemen. Van de weinige, zijdelings symmetrische of zygomorphe bloemen met zulke helmknoppen willen wij hier kortelings melding maken van de Calceolaria's (de Mutsjes of Pantoffelplantjes) en de Melastomaceeën. De antheren hebben in deze planten korte helmdraden en kunnen, evenals die van Salie, Sdlviit, in een schommelende beweging worden gebracht. Terwijl echter de helmknoppen in de Saliebloemen met eene lengtespleet openspringen en kleverig stuifmeel bevatten, gaan die der Calceolaria's en Melastomaceeën open met gaatjes op don top der helmknoppen en bevatten melig of stuivend pollen. Als zulke helmknoppen door insecten, die ertegen stooten, geschommeld worden en omkantelen, valt dadelijk stuifmeel uit de gaatjes op de insecten neer.

De derde, onder den naam van strooikegel vermelde vorm van strooitoestel bestaat uit een krans van stijve meeldraden, die samen een hollen kegel vormen. De helmknop van iederen meeldraad heeft twee helmhokjes, die met eene lengtespleet openspringen en er dan als geopende nissen uitzien. Opdat het melige, stuivende pollen niet te vroeg uit de open nissen uitvalle en er zoolang in bewaard blijve, tot de aangelokte insecten komen en aanleiding geven tot de uitstrooiing, is er een bijzondere sluiting noodig. Die wordt op tweeërlei wijze bereikt. Of de met stuivend pollen gevulde nissen der helmknoppen zijn stijf gedrukt tegen den stijl, waar ze in een nauwen kring omheen staan, of de naar elkander toe gekeerde nissen der aaneengrenzende helmknoppen sluiten zoo nauwkeurig en zoo vast tegen elkaar als de stuifmeelschalen van de vroeger besproken strooitangetjes.

Het eerste heeft men bij de aardige Al ponk lokjes, >Soldcuulla, bijvoorbeeld bij Solrianella alpina, afgebeeld op blz. 328 in Fi<j. 1 tot 3; het laatste bij talrijke Erica's en A spori fo 1 iaceeën, zooals die afbeelding in Fig. 4 tot 10 aangeeft. In beide gevallen bevat de uit vier of vijf langwerpige helmknoppen gevormde kegel het stuifmeel in acht of tien lange, smalle hokjes, die bij de geringste verschuiving van den kegel uiteenwijken en hun inhoud eruit laten vallen. Als het opengaan dor hokjes door insecten wordt veroorzaakt, die hier of daar aan den helmknoppenkegel met den snuit indringend, een ver-

Sluiten