Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de intusschen aanmerkelijk wijder geopende bloemkroon verplaatst, zij zijn met stuifmeel bedekt en hebben thans met den stempel van plaats verwisseld, zooals de afbeelding hieronder in Firj. 9 laat zien.

In zekeren zin heeft ook in de tot schermen en hoofdjes vereenigde bloemen van veel Umbelliferen, Scabiosa's en Composieten een plaats verwis-

Inrichtingen voor het vasthouden van liet door insecten aangevoerde stuifmeel.

1. Bloem van het A k ker viool tj e, Viola aroensis, waarvan een deel der bloemkekleedselen is verwijderd.

2. Het kogelvormige uiteinde van den stijl uit deze bloem, van onderen gezien, 'ó. Het vruchtbeginsel van dit viooltje door de kegelvormig tegen elkaar aangezeten helmknoppen omgeven, terwijl door middel van een in de richting van het pijltje bewogen staafje, pollen tegen het stempel lipje wordt afgestreken. 4. Stempels van de Echte Narcis, Narcissus poeticus, met fijn getande randen. 5. Stempels van de Zwaardlelie, Gladiolus seyetun/, met behaarde randen. G. Stamper van Sarracenia purpurea; het vruchtbeginsel door meeldraden omgeven. 7. Trechtervormige stempels van de Safraan, Crocus sativus, waarvan twee zijn afgesneden. 8. Bloem van de Alruin, Mandragora vernalis, in het eerste stadium van haar bloei.

9. Dezelfde bloem in een verder stadium: hierbij is eveneens een deel van kroon en kelk verwijderd.

10. Bloem van de Langbladige Zonnedauw, Drosera longifolia, van boven gezien. 11. Een deel van den stempel van deze Drosera. 12. Bloem van Mansoor, A sa rum europaeum in het eerste stadium. 18. Dezelfde bloem in een later stadium. 14. Stempel van Roemer ia. 15. Stempel van Opuntia vulgaris. 16. Stempel van Thunberyia f/randiflora; de onderlip wordt door de beweging van een potloodpunt in de door het pijltje aangegeven richting van pollen voorzien. 17. Bloem van Azalea procumbens, na verwijding van een deel der bloembekleedsels. 18. Stamper van de Slaapbol, Papaver somniferum. —

Fig. 6 en 18 natuurlijke grootte; de overige figuren een weinig vergroot. Zie blz. 381 en volgende.

seling van helmknoppen en stempels plaats, doordien zich daarin de stempels altijd eerst ontwikkelen, nadat de naburige meeldraden reeds zijn verschrompeld of nadat hun antheren reeds zijn afgevallen. Bij de hoofdjes van verschillende Dipsaceae of Ivaardeachtigen, zooals Cephalaria en Succisa, ziet men in 't begin van den bloei uit alle bloemen alleen de met stuifmeel bedekte helm-

Sluiten