Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knoppen opsteken, maar later verheffen er zich alleen stempeldragende stijlen uit. Daar de insecten van zulke bloeiwijzen massa's stuifmeel meenemen, spreekt liet van zelf, dat ook het afzetten van stuifmeel bij groote hoeveelheden geschiedt, zoodat een rondom met stuifmeel bepoederd insect, dat aanlandt op de van talrijke stempeldragende stijlen voorziene inflorescenties en daar levendig op rondscharrelt, binnen eenige seconden dozijnen kleverige stempels met stuifmeel overdekt.

Wij behoeven hier natuurlijk niet nadrukkelijk te vermelden, dat de kleine, spitse dorentjes, stijve haartjes en andere dergelijke vormingen, waardoor aan de insecten den weg wordt gewezen in de bloemen, voor het afzetten van het stuifmeel op de stempels dezelfde beteekenis hebben als voor het afhalen uit de helmknoppen, en wij kunnen in dit opzicht verwijzen naar de bespreking daarvan op vorige bladzijden. Alleen willen wij hier nog melding maken van een enkele inrichting, die in 't bijzonder verband houdt met het afzetten van stuifmeel op den stempel. In de bloemen van veel Cruciferen, bij voorbeeld in die van de reeds op blz. 29l> in F'nj. 8 en 10 in haar eerste en laatste stadium afgebeelde Kernera saxatilis, zijn de kroonbladeren in den tijd van 't ontluiken nog klein, staan rechtovereind of zijn een weinig naar binnen gebogen en liggen bijna tegen den grooten stempel aan, zoodat deze den ingang der bloem zoo goed als geheel in beslag neemt. Insecten, die den honig uit de diepte der bloem willen opzuigen, zijn door dezen stand der bloembekleedselen gedwongen, hun snuit dicht langs den stempel naar beneden te brengen. Als die snuit in andere bloemen stuifmeel op zich had gekregen, moet dat onvermijdelijk aan den stempel worden afgestreken. Later, nadat de stempel is verwelkt, en nadat de kroonbladeren uitgegroeid zijn, gaan de bloemdeelen wijd uit elkander, de plaat, van de kroonbladeren buigt naar buiten, de met stuifmeel bedekte helmknoppen worden zichtbaar en toegankelijk, en als nu insecten hun snuit in de bloem steken, raken zij niet meer den stempel aan, maar strijken het stuifmeel weg van de helmknoppen.

Deze inrichting herhaalt zich met kleine wijzigingen bij de bloem van Mansoor, Amrum. Het opengaan van het bloemdek begint bij deze plant daarmee, dat zich tusschen de drie bloemdekslippen drie spleetjes vormen als toegangswegen voor de kleine vliegen, die binnen in de bloem willen komen, zooals de afbeelding van blz. 332 in Fig. 12 laat zien. Dicht achter de drie spleten staan de stempels, die met stuifmeel moeten worden belegd, en de insecten, welke gebruik maken van de genoemde toegangswegen, moeten noodzakelijk over deze stempels heen gaan. Kwamen zij, met stuifmeel beladen, uit een oudere bloem, dan is het onvermijdelijk, dat ze een deel van het pollen op de stempels achterlaten. Later, als de stempels reeds met stuifmeel belegd zijn, splitsen de drie bloemdekslippen zich ook aan hun top, waar ze tot nu toe nog altijd samen verbonden waren, zooals op genoemde afbeelding in Fit/. 13 te zien is. Het is dan niet meer noodzakelijk, dat de bloem aan de insecten den weg wijst naar de stempels.

Sluiten