Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijken in uiterlijk aanzien sterk van elkander af, en men zou daarom bij een oppervlakkige beschouwing Petasites wel voor tweehuizig kunnen houden.

De zevende groep omvat al die soorten, die op alle planten naast zuivere meeldraadbloemen ook zuivere stamperbloemen ontwikkelen, en die men vroeger speciaal als éénhuizige planten aanduidde. Voorbeelden van deze omvangrijke groep zijn de Eik, Quercus, hier

Do Zomereik, Quercus pedunculata (Quercus robur) als voorbeeld van een éénhuizige plant. 1. Hovenaan den tak ziet men stamperbloemen, onderaan meeldraadbloemen. 2. Een stampei-bloem afzonderlijk. 3. Drie meeldraadbloemen. — Fig. 1 natuurlijke grootte; Fig. 2 en 8 4-maal vergroot.

afgebeeld; de Hazelaar, Corylus, afgebeeld op blz. 160; de Els, Alnii?, op blz. 154 afgebeeld; de Walnoot, Jur/lans, afgebeeld op blz. 102; de Pijnboom of Den, Pimis, afgebeeld op blz. 103; verschillende Urticaceeën, als Urtica urens, Kleine Brandnetel; talrijke Aroïdeeën, als Arum, Ariopsis, Arisema, Richardia enz.; vele Palmen, een menigte Moeras- en Waterplanten |waaronder de in onze Nederlandsche slooten zoo goed thuisbehoorende], als Vederkruid, Mi/rioplii/llum; Pijlkruid, Sarjittaria; Egels-

Sluiten