Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dioicum en de daarmee verwante soorten van het geslacht Koer kruid, als Gnaphalium alpinum en carpaticum, behooren hiertoe.

De dertiende groep omvat de talrijke soorten, die op de eene plant zuiver vrouwelijke bloemen, op de andere zuiver mannelijke bloemen hebben, en die door Linnaeus tweehuizig werden genoemd. Voorbeelden zijn Ephedra; de Cycadeeën; Juniperus, Jeneverbes; de Taxus, Taxis, en de Ginkgo; vele Zeggen, als Carex darolliana,

1) e Wilg S al i x fvogilis, het Kattenhout, als voorbeeld van een tweehuizige plant. 1. Tak van een vrouwelijke plant (met stampei-bloemen), 2. Tak van een mannelijke plant (met meeldraad-

bloemen). Natuurlijke grootte.

Turf Zegge en Carex dioica, Tweehuizige Zegge; Valltsneria, afgebeeld in Deel II, blz. 381: Hennep, Cannabis, en Hop, Humidus; liroussonet'ui papyrifera, afgebeeld op blz. 156; Bingelkruid, Mercurialis; eenige Zuringsoorten, als Ihimex acetosa, Gewone Zuring en Hum ex acetosella, Schaapszuring; de Duindoorn, Hippophaë; de Populier, Populus, en de Wilg, Salix, van welken laatste hierboven een afbeelding is gegeven.

De veertiende groep omvat al die soorten, die op de eene plant echt tweeslachtige bloemen, op de andere schijnbaar tweeslachtige,

Sluiten