Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouwelijke, en op een derde schijnbaar tweeslachtige, mannelijke bloemen bezitten. De Muurachtigen of Caryophylleeën leveren van deze groep veel voorbeelden, met name zouden moeten worden genoemd Sa panaria ocymoides', Silene acaulis; dan Knikkend Lijmkruid, Silene nutans; Geoord Lij in kruid, Silene otites; Silene saxifraga e. a. Minder dikwijls komt dit verschijnsel voor bij Gentianeeën, zooals bij voorbeeld bij Gentiana ciliafa.

Bij deze groep sluit zich nog een vijftiende aan, waarin die soorten geplaatst moeten worden, waarvan de drieërlei verschillende vormen van bloemen op verschillende planten op vierderlei wijze gegroepeerd zijn, zoodat men vier vormen kan onderscheiden. Als voorbeeld kan hier Spiraea aruncvs worden vermeld. Deze plant ontwikkelt echt tweeslachtige bloemen, schijnbaar tweeslachtige vrouwelijke en meeldraadbloemen, in welker midden nog een klein, spits lichaampje als laatste rest van een mislukt vruchtbeginsel te zien is, en die daarom nog als schijnbaar tweeslachtige, mannelijke bloemen mogen worden beschouwd. Deze drieërlei bloemen zijn 1111 op de volgende wijze verdeeld. Eenige planten hebben alleen schijnbaar tweeslachtige, vrouwelijke bloemen, andere enkel schijnbaar tweeslachtige mannelijke bloemen, weer andere behalve echt tweeslachtige bloemen ook schijnbaar tweeslachtige mannelijke bloemen, en dan zijn er ook nog planten, welker gezamenlijke bloemen tweeslachtig zijn.

Bij dit overzicht dient nog gevoegd, dat eenige soorten, hoewel zelden, afwijkingen van do gewone verdeeling der geslachten vertoonen. Zoo bij voorbeeld vindt men van de Groote Brandnetel, Vrtica dioica, soms planten, die bij elkaar mannelijke en vrouwelijke bloemen dragen. Bij Wilgen, Sali.r, wordt soms hetzelfde opgemerkt. De Borstelkrans, Clinopodium r uigare [een ten onzent zeldzaam voorkomende Labiaat], heeft op de meeste planten in eene zelfde streek echt tweeslachtige bloemen, maar er zijn ook planten, waaraan in sommige bloemen de helmknoppen geheel of gedeeltelijk zijn verdwenen. Vit ia cordata, waarvan in den Botanisclien Tuin te Weenon alleen planten met meeldraadbloemen worden gekweekt, ontwikkelde vele jaren achtereen feitelijk ook alleen meeldraadbloemen, maar in enkele jaren kwamen er bij uitzondering op die planten, naast de mannelijke, buitendien echt tweeslachtige bloemen voor den dag. Op de met vrouwelijke bloemen bezette planten van het Bingelkruid, Mercurialis anima, dat tweehuizig is, werden herhaaldelijk enkele meeldraadbloemen waargenomen, en bij de Dagkoekoeksbloem, Lychnis diurna, en de Avondkoekoeksbloem, Lychnis vespeiiina, vindt men soms ook zuiver mannelijke bloemen en daartusschen enkele echt tweeslachtige. Hij do Wonderplant, Ricinus communis, ziet men in de trossen tusschen de vrouwelijke en de mannelijke bloemen sommige echt tweeslachtige, en op veel planten van Saponaria ocymoides heeft men naast elkander schijnbaar tweeslachtige mannelijke bloemen, schijnbaar tweeslachtige vrouwelijke bloemen en echt tweeslachtige bloemen opgemerkt.

Door de hier meegedeelde resultaten van de nieuwere onderzoekingen vindt de in het stelsel van Linnaeus neergelegde meening, dat verreweg do groote

Sluiten