Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meerderheid der Phanerogamen alleen tweeslachtige bloemen hebben, geene bevestiging, en daarmee vervallen ook de door Linnaeus gemaakte hypothesen over de volkomenheid en de beteekenis dezer bloemen.

Als echter, zooals nu blijkt, de plaatselijke scheiding der geslachten in de plantenwereld een zoo algemeen verschijnsel is, moet daar toch het een of ander voordeel aan verbonden wezen, en dit voordeel moet wel alleen liggen in het tot stand komen van kruisbestuiving.

Men verstaat onder kruisbestuiving bij de Phanerogamen de overbrenging van mannelijke geslachtscellen uit de eene bloem op de stempels eener andere, welke in den stamper de vrouwelijke geslachtscellen bergt, en men onderscheidt kruisbestuiving tusschen individuen van dezelfde soort en die tusschen individuen van verschillende soort. Natuurlijk zijn in het laatstgenoemde geval, waardoor bastaarden of hybriden ontstaan, de beide bloemen altijd op verschillende planten gezeten. Bij do gewone kruisbestuiving echter, waaronder wij voortaan die tusschen individuen van dezelfde soort zullen verstaan, kan men nog twee gevallen onderscheiden, namelijk de geitonogamie, als de beide zich kruisende bloemen onmiddellijke buren zijn en op dezelfde plant voorkomen en de xenogamie, als de beide zich kruisende bloemen op verschillende planten van dezelfde soort voorkomen.

Wanneer de scheiding der geslachten over verschillende planten of over verschillende bloemen van dezelfde plant als een voordeel, ja als een voorwaarde voor het tot stand komen van kruisbestuiving wordt aangeduid, dan wil daarmee volstrekt niet gezegd zijn, dat dit de eenige inrichting is, die bastaardvorming, xenogamie en geitonogamie ten gevolge heeft. Het staat juist boven allen twijfel vast, dat ook in echt tweeslachtige bloemen hetzelfde doel kan worden bereikt, dat is, dat ook planten zich kunnen kruisen, waarvan alle bloemen werkzaam stuifmeel en voor ontwikkeling vatbare vruchtbeginsels bevatten. Daarvoor zijn echter zekere schikkingen noodig in do tweeslachtige bloemen, en wij zullen in de volgende bladzijden, de meest in 't oog vallende daarvan met eenige voorbeelden opgehelderd, in het licht stellen.

In sommige gevallen wordt kruisbestuiving noodzakelijk gemaakt door den onderlingen stand van de beide in de tweeslachtige bloem voorkomende geslachtsorganen. Wanneer in een bloem, vanaf het begin tot het eind van den bloei, de stempel aldus is geplaatst, dat liij wel door de erop aanvliegende insecten wordt aangeraakt, maar dat liet stuifmeel der nabijstaande helmknoppen er niet op kan komen, dan mag men van zulk een bloem wel aannemen, dat zij erop is ingericht, door kruisbestuiving te worden bevrucht. Zoo is het bijvoorbeeld gesteld met Witte Lelie, fAlium candhium; met de Gele Daglelie, Hciiierocallis fiava en de Roodgele Daglelie, Hemerocallis fulvu; met de Gr asiel ie, Aitthericum (Vhalamjium) en talrijke bolgewassen uit het Kaapland, als Amaryllis, Albuca enz. De bloemen van al deze planten zijn niet hun ingangspoort ter zijde gericht, en de stijl steekt zoo ver buiten de met kleverig stuifmeel bedekte helmknoppen uit, dat zijn stempel te geener tijd iets van dit pollen kan erlangen. Als daarentegen

Sluiten