is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zulk een verschuiving der helmknoppen nu heeft telkens plaats, als bijen hun snuit bij den honig op den bodem der bloem brengen, en dus zullen dezelfde bijen, die, wanneer ze komen aanvliegen, allereerst den vooruitstekenden stempel aanraken, in 't volgend oogenblik snuit, kop en borst met stuifmeel bestrooid krijgen. Bezoekt de bestoven bij kort daarna de bloemen van andere planten, dan moet de reeds vermelde kruisbestuiving plaats hebben en daar, waar verschillende tegelijk bloeiende Erica's groeien, zal er ook kruising tusschen verschillende soorten moeten plaats grijpen. Als nu de stempel eener bloem door tusschenkomst der bijen al of niet bestoven is met het pollen van een plant derzelfde soort of met dat van een plant eener andere soort, steeds verwelkt bij na een paar dagen en is dan niet meer geschikt, 0111 stuifmeel op te nemen. Daarentegen verlengen zich in diezelfde bloem de helmdraden en schuiven de door hen gedragen helmknoppen vóór de monding van de bloemkroon. Hierdoor verliezen deze helmknoppen hun ouderlingen steun, gaan uiteen, en het stuifmeel valt uit hun hokjes bij de minste schudding naar buiten, zooals op de afbeelding van blz. 389 in F'kj. 8 te zien is. Een lichte schommeling van den bloemdragenden tak is voldoende, om liet stuivend pollen naar buiten te doen komen. De nog altijd voor bestuiving geschikte stempels der jongere bloemen, zoowel die, welke onmiddellijk in de buurt staan aan dezelfde takken, als die, welke zich verderaf aan andere takken van dezelfde plant bevinden moeten dan onvermijdelijk met het stuivend pollen in aanraking komen.

Hij de intlorescentie van Schub wortel, Ijtthraea sipiamarin, beeft, in 't groot beschouwd, de kruisbestuiving op volkomen dezelfde manier plaats. De bloemen zijn juist als die van bovengenoemd Voorjaars Heideplantje éénzijdig gericht naar dien kant, van waar insectenbezoek te verwachten is, zooals op de afbeelding van blz. 389 in Fitj. 5 is te zien. Ze zijn protogynisch, en de geslachtsrijpe stempel steekt reeds even boven den zoom der bloemkroon uit, als deze pas is opengegaan, en als de daarachter staande helmknoppen nog gesloten zijn, zooals op de genoemde afbeelding in F'kj. 6, 7 en !t te zien is. In dien tijd kan de stempel alleen stuifmeel ontvangen uit andere, in ontwikkeling reeds verder gevorderde planten van dezelfde soort of wel van andere, eerder bloeiende soorten.

Bloemkroon, stijl en helmdraden groeien intusschen nog voortdurend in de lengte; de tot hiertoe haakvormig gekromde stijl wordt recht; de stempel, die \10eger vóór den nauwen ingang der bloem stond, is 1111 verder vooruitgeschoven; de helmknoppen springen open, en de bloem is thans haar tweede ontwikkelingsstadium ingetreden, zooals op blz. 389 in /'ij. 8 en 10 te zien is. De bestuiving geschiedt in deze periode door tusschenkomst van insecten. Zooals de ervaring leert, halen hommels den door een vleezige schijf onderaan het vruchtbeginsel afgescheiden honig weg en brengen het stuifmeel van de Lathraea squamaria over van bloem tot bloem. Wanneer zij komen aanvliegen, raken zij allereerst den vooruitstaanden stempel en voorzien dien van stuifmeel, dat zij elders hebben opgedaan, en vervolgens dringen ze met hun snuit tusschen de van boven door middel van zachte haren aan elkander bevestigde helmknoppen. Zij moeten dien weg wel precies inslaan, als ze zichzelf geen nadeel willen