Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevindende stempel weefsel met de van stuifmeel voorziene helmknoppen in onmiddellijke aanraking komt. (Zie Fig. 2).

Terwijl het proces, dat wij hier bespraken, bij Tricyrtes pilosa in den loop van een week wordt afgespeeld, zijn er daarvoor in de bloemen van Morinia persico, hiernaast afgebeeld in Fig. 3 tot 5, slechts weinige uren noodig. Het verschil in het intreden der geslachtsrijpheid bij stempels en helmknoppen bedraagt bij Morinia nauwelijks een half uur, maar zelfs dat korte tijdsverloop is voldoende, om in het begin van den bloei kruisbestuiving mogelijk te maken, terwijl (tan in de tweede periode van den bloei de autogamie optreedt.

Alle soorten van het geslacht Morinia, dus ook de hier als voorbeeld gekozen Morinia persico, [een sierplant tot de Dipsaceeën behoorende], ontsluiten hun bloemen bij 't begin van de schemering. Zoodra zich de zoom der bloemkroon heeft uitgespreid, wordt in het midden der bloem, dicht boven den toegang tot den honig, de dikke, gezwollen stempel zichtbaar, die aan den onderkant het gevoelige, voor bestuiving geschikte stempelweefsel draagt. I)e beide daaronder staande helmknoppen zijn nog gesloten, en als nu insecten hun snuit in de met honig gevulde, lange buis der bloem steken, dan is, vooropgesteld, dat deze insecten stuifmeel uit andere, al vroeger ontloken bloemen meebrengen, kruisbestuiving onvermijdelijk. Voor 't geval insectenbezoek uitblijft, buigt zich echter reeds den volgenden morgen de stijl zoo ver in een boog benedenwaarts, dat de stempel plat op de intusschen geopende helmknoppen komt te liggen, zooals de afbeelding het in Fig. 4 voorstelt. Het stuifmeel hecht zich licht vast, en als men nu den op den helmknop gedrukten stempel uit de bloem neemt, ziet men er een dik klompje stuifmeel aan vastgekleefd, in Fig. 5 vergroot voorgesteld.

Juist zulk een ombuiging van den stijl als bij Morinia heeft ook plaats in de bloemen van talrijke Hhinanthaceeën, bij voorbeeld bij do [ten onzent veelvuldig voorkomende] Rhinantlius minor, Kleine Ratel; en Melumpgrum pratense, Hengel, en eveneens bij Trixago opula, en Fuphrosia minima, afgebeeld hiernaast in Fig. 6 en 7. Bij deze planten gaat alles juist als in de zooeven besproken gevallen, alleen is bij hen het stuifmeel niet klevend, maar stuivend, en dit pollen wordt dan ook niet door het drukken van den stempel tegen de helmknoppen op het rijpe stempelweefsel gebracht, maar 't is voldoende, als de stempel ten gevolge van de knie- of halfcirkelvormige kromming van den stijl onder de helmknoppen komt te staan. De meeldraden hebben hielden vorm van tangen, als op blz. 323 zijn besproken. In het eerste en tweede ontwikkelingsstadium der bloemen valt het melige pollen alleen dan uit de openingen der helmknoppen, als de platte, stijve helmdraden door insecten van elkander worden gedrongen. Komen er echter geen insecten bij de bloemen, dan blijft natuurlijk het stuifmeel in de helmknoppen rusten. In het derde ontwikkelingsstadium der bloem verslappen dan de helmdraden alsook het met hen verbonden deel der bloemkroon, ten gevolge daarvan wijken do tot hiertoe vast aaneensluitende helmknoppen een weinig vaneen, en het stuivende pollen valt omlaag. Daar zich echter intusschen de stijl zoo ver naar beneden heeft gebogen, dat de glanzige, kleverige stempel onder het voorste paar helmknoppen komt

Sluiten