Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te staan, vangt deze een deel van het stuifmeel op en aldus heeft er autogamie plaats, (zie de afbeelding van blz. 412 in Fig. 7). Menigmaal kromt zich overigens liet voorste derde deel van den stijl zoo sterk, dat men van oprollen zou kunnen spreken, en dan komt het ook wel voor, dat de stempel tusschen de uiteen wij kende helmknoppen wordt geschoven en bij die gelegenheid ook met de op de helmknoppen gezeten en gewoonlijk geheel met stuifmeel vol gestoven haren in aanraking komt.

Tricyrtes, Morinia en de het laatst genoemde Rhinanthaceeën zijn protogynisch; de Nachtkaarsen, Oenothera; Basterdwederiken, Epilöbium; Cary ophylleeën en Malvaceeën, waarbij de autogamie ook door het naar beneden buigen der stijlen in de richting der met stuifmeel bedekte helmknoppen plaats heeft, zijn daarentegen protandrisch. Als zich de kroonbladeren van de Nachtkaars, Oenothera, en die van de grootbloemigeBasterdwederiken, zooals Epilöbium hirsutum, de Huige Basterdwederik, en Epilöbium angustifolium, de Smalbladige Basterd wederik, vroeger afgebeeld op blz. 366, uitspreiden, liggen de vier armen van den stijl, die het voor bestuiving geschikte stempelweefsel dragen, de stempels dus, nog dicht tegen elkander aan, en aan een bestuiving der stempels valt nu te minder te denken, daar, ten gevolge van een zijwaartsche buiging of van een knievormige kromming van den stijl, die stempels van den weg, die tot den honig onder in de bloem leidt, zijn verwijderd. Nu staan de acht helmknoppen, die na elkander stuifmeel aanbieden, vóór de plaatsen, waar de insecten honig kunnen krijgen.

Spoedig daarop, en wel bij de Nachtkaarsen reeds na een half uur, bij de genoemde Basterd wederiken na 24 uren, wordt de stijl recht, en plaatst hij zich in het midden der bloem; de vier stempelarmen wijken uiteen en staan in een kruis vóór den toegang tot den honig. Korten tijd blijven de stempels in dezen stand, en wij behoeven wel niet nader uiteen te zetten, dat thans dooide hommels, die honig komen zoeken en, met het stuifmeel uit andere bloemen beladen, komen aanvliegen, kruisbestuiving kan worden bewerkt. Spoedig echter krommen zich de vier stempels of rollen zich op, zoodat het voor bestuiving geschikte weefsel met het nog altijd op de opengesprongen helmknoppen te vinden stuifmeel in aanraking komt, zooals op de afbeelding van blz. 366 in de onderste bloemen van Fig. 1 te zien is. Gewoonlijk wordt deze autogamie daardoor gesteund, dat de helmdraden zich een weinig oprichten, en dat liet op een steel gelijkende, onderstandige vruchtbeginsel zich in een flauwen boog naar beneden buigt, waardoor de bloem een knikkenden stand aanneemt.

Onder de Ranunculaceeën vertoonen eenige soorten van Nigella, zooals het bekende Juffertje in 't groen, zoo iets. De bloemen daarvan zijn protandrisch. Het eerste proces, dat men na de verspreiding der kroonbladeren erin opmerkt, is dat de meeldraden zich in geregelde volgorde naar den omtrek der bloem buigen en hunne opengesprongen helmknoppen plaatsen dicht boven de met honig gevulde nectariën. Insecten, die komen aanvliegen, om honig te halen, moeten noodzakelijk het stuifmeel van deze helmknoppen strijken en zich ermee beladen. Als langzamerhand alle meeldraden deze bewegingen hebben doorgemaakt,

Sluiten