Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij veel Commelynaceeën, een familie van uitheemsche sierplanten, waartoe ook de welbekende Tradescantia behoort, met name bij de [ten onzent wel gekweekte | Couimelyna coelestis, afgebeeld op vorenstaande bladzijde, staat de stempel in de ter zijde gekeerde, pas geopende bloemen vóór en onder de helmknoppen, zooals Fig. 1 laat zien. Als er in deze periode van den bloei insecten komen, om van de eigenaardige handvormig gelobde nectariën den honig te snoepen, gebruiken zij de helmdraden als de geschiktste plaats, 0111 zich op neer te zetten, met het oog op liet door hen nagestreefde doel, en daar er door de antheren reeds stuifmeel wordt gepresenteerd, beladen zich de insecten dadelijk niet pollen. Spoedig daarop rollen de helmdraden zich spiraalsgewijs op. en de stijl, die intusschen evenals de helmdraden in de lengte is uitgegroeid, kromt zich zóó, dat zijn stempel iets liooger dan in het begin komt te staan en nu het geschiktste punt vormt, waar de insecten op kunnen aanvliegen, (zie de afbeelding in Fig. 2). Als nn insecten uit andere, jongere bloemen komen aanvliegen, zullen ze kruisbestuiving bewerken. Deze stand van zaken is echter slechts zeer kort van duur; de stijl rolt zich spoedig daarna eveneens als een spiraal op en slingert zich rondom de opgerolde helmdraden; dan is het niet te vermijden, dat de stempel met den een of anderen helmknop in aanraking komt en met bet daarop afgezette stuifmeel bestoven wordt, zooals Fig. 3 aangeeft.

Met verrassende gelijkheid doet zich hetzelfde voor in de bloemen van Aliionin violacea, van Mirabilis jalajio, en nog vele andere Nyctagi neetin. Van de bloemen der genoemde Allionio zou alleen zijn op te merken, dat ze protogynisch zijn; dat de stempel om zes uur 's morgens, als het bloeien begint, liooger staat dan de helmknoppen; dat eenige uren later, ten gevolge van eigenaardige bewegingen, die de stijl en de meeldraden uitvoeren, omgekeerd de helmknoppen hooger staan dan de stempel, en dat om tien uur roods het tot autogamie leidende oprollen van helmdraden en stijlen begint. In de pas geopende bloemen van Mirabilis jalapa, de Nachtschoone of Bonte Wonderbloem, hiernevens afgebeeld, staat de penseelvormige stempel vóór de helmknoppen, en voor 't geval, dat insecten komen aanvliegen, om honig te zuigen, worden eerst de papillen van den stempel aangeraakt en daarna de helmknoppen. Een hooger en lager gaan van helmdraden en stijlen heeft hier niet plaats; liet oprollen geschiedt echter op dezelfde wijze als bij Allionio, en zoodra de autogamie is ingetreden, vouwt de zoom der bloem zich samen, wordt slap en legt zich nu over het uit de dunne helmdraden en den stijl bestaande kluwen.

De bloemen van Portulaca oleracea, Wilde Porselein, wijken in zoover af van die, welke voorkomen bij Commelyna, Allionio en Mirabilis, dat zij vijf stempels hebben, die in hun vorm aan fijne veertjes herinneren en zich in liet midden van de rechtovereindstaande, scliotelvormige bloem stervormig uitspreiden. De in schuine richting uit de bloem opstekende meeldraden staan in een kring rondom den stempel, maar zijn in 't begin van den bloei zóó geplaatst, dat tusschen liun helmknoppen en de stempels een kleine afstand bestaat, om welke reden het aan de helmknoppen klevende stuifmeel niet vanzelf op den stempel

Sluiten