is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de insecten, die op den honig in de bloem afkomen, de met stuifmeel bedekte helmknoppen moeten aanraken, terwijl in dien tijd de vijf stempels nog niet zijn uitgespreid. Iets later treedt er tusschen de helmknoppen en de stempels een verwisseling van plaats in, als in zooveel gevallen voorkomt; de meeldraden richten zich op. en de helmknoppen schuiven naar elkander en naar het midden der bloem toe; de stempels daarentegen gaan wijd uitstaan, en stellen zich bij den toegang tot den honig op post. Dat zulk een verwisseling van plaats met de kruisbestuiving samenhangt, is zoo dikwijls gezegd, dat het overbodig schijnt, liet nogmaals te herhalen. Als er echter geen insectenbezoek komt en kruisbestuiving dus achterwege blijft, draaien de stijlen zich schroefvormig om, bewegen zich tegelijk naar het midden der bloem en slingeren zich om de daar staande helmdraden, die eveneens schroefsgewijze wendingen hebben uitgevoerd. Rij dozo gelegenheid kan het niet mankeeren, of de fluweelige stempels nemen het, nog aan de helmknoppen klevend stuifmeel op.

Uit wat wij tot hier toe over de autogamie meedeelden, blijkt onder anderen ook, dat bij zeer voel planten het in de helmknoppen bereide pollen, vooral als het klevend stuifmeel is, nog in den tijd van het verwelken de hokjes der helmknoppen vult of op de teruggeslagen randen van de opengesprongen helmliokjes te vinden is. Zelfs dan, als insecten, die do bloemen bezoeken, een deel van liet stuifmeel hebben afgestreken, om het over te brengen naar andere bloemen, blijft geregeld nog een voorraadje achter, dat voldoende is voor de autogamie, 011 slechts in weinig gevallen zijn de hokjes, waarin zich klevend stuifmeel had ontwikkeld, op 't eind van den bloei geheel geledigd. Er zijn echter ook planten, waarbij liet klevende stuifmeel, zoodra het geslachtsrijp is geworden, door bijzondere inrichtingen uit de helmknoppen wordt geborsteld en geveegd, of op de een of andere manier uit de helmliokjes wordt verwijderd en op een bijzondere plaats in de bloem wordt afgezet en gepresenteerd.

Van het stuifmeel der Samengest e 1 d bl oemi gen is het bekend, dat liet uit de tot een buis vergroeide helmknoppen door den zich verlengenden en in de buis gelegen stijl naar buiten wordt gedrukt en geschoven, en dan op de bovenste opening der buis ligt als een klompje, rustend op den top van den stijl. Hij de Klokjes wordt de geheele inhoud der helmknoppen op de buitenzij van den stijl afgezet, en hetzelfde gebeurt bij de soorten van liet geslacht Hapunzei en bij eenige kleinbloemige Gentianen. Aan den anderen kant wordt bij verscheiden planten een deel van liet stuifmeel, ten gevolge van t verschrompelen der wanden van de helmknoppen, eraf gestooten, komt terecht op haren of haarachtige verhevenheden van liet vruchtbeginsel, in de inzinkingen van schotelvormige kroonbladeren of op de een of andere plek elders in de bloem, en wordt er bewaard voor later gebruik. Ook is het bijna niet te vermijden, dat de honigzuigende of stuifmeeletende insecten bij bun bezoeken tegen de helmdraden stooten, een deel van het stuifmeel doen vallen en dat het dan op bepaalde gedeelten van kroon, kelk of bloemdek blijft hangen.

Zulk stuifmeel kan natuurlijk even goed worden gebruikt als dat, wat in of op de helmknoppen blijft, en inderdaad komt het voor, dat de stempels