Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd ook opgemerkt, dat na de autoyam ic de glasheldere haartjes op den stijl, zoowel als het daarop vastklevende stuifmeel snel verdrogen, en dat de stempelarmen zich weer ontrollen.

Van de Gentianen vertoont de kleine, op de hooge bergen in de omgeving van den Brenner zeer verbreide Gentiana pront rata dit verschijnsel op sterk in 't oog vallende manier. De bloemen daarvan zijn protandrisch; de helmknoppen liggen in den bloemknop tegen den korten stijl en den nog aaneengesloten stempel aan, springen open en zetten hun stuifmeel af aan den buitenkant der genoemde deelen van den stamper. Hier kan het stuifmeel na het opengaan der bloemkroon afgehaald en tot kruisbestuiving gebruikt worden. Iets later gaan de beide stempellobben uit elkander, en als nu de insecten in de bloem binnendringen, strijken ze langs de voor bestuiving geschikte plaatsen van den stempel en kunnen er vreemd stuifmeel afzetten; eindelijk rollen de beide stempellobben zich in een spiraal om en wel zoo ver, dat het stempelweefsel op hun bovenkant de nog altijd op den korten stijl overblijvende rest van het stuifmeel heeft bereikt.

Veel minder dikwijls komt het voor, dat de omgerolde stempels stuifmeel gaan afhalen van den zoom der helmknoppenbuis, van haren op de bloemkroon, van de borstelharen, die het pappus of vruchtpluis vormen, of uit inzinkingen van de kroonbladeren.

Het afhalen van den zoom der antherenbuis is bij verschillende Samengesteldbloemigen, met name bij de soorten van het geslacht Ailenostyles en 't geslacht Cacalia, alsook bij [onze inheemsche| Wol ver lei, Antica ihoiituna, waargenomen. I)e stijl van Adenostyles bezit geen eigenlijke veegharen en is aan den buitenkant alleen met papillen bezet, die er een ruw, oneffen aanzien aan geven, als waren er kliertjes op aanwezig, en den naam, die eigenlijk „Klierstijl" beteekent, verklaren. Het stuifmeel wordt dus ook niet uit de antherenbuis geborsteld, maar wordt eruit gedrukt. De zoom van de helmknoppenbuis is vijftandig; elk der tanden is een weinig opgerold en bijna als een bootje uitgehold, waardoor zij geschikt is, een gedeelte van het naar boven uitgeperste stuifmeel vast te houden. Dat pollen wordt alleen voor 't geval, dat niet op andere wijze de stempels zijn bestoven, voor autogamie gebruikt, doordat zich dan de beide armen van den stijl zoo lang als spiralen oprollen, tot het stempelweefsel met de zoom van den antherenbuis in aanraking komt. De stempelarmen van Wolverlei, Arnica montana, afgebeeld op blz. 42(i in Fi<j, 1 tot (i, zijn alleen op de een weinig verdikte toppen aan den buitenkant voorzien van veegharen, en hier wordt het stuifmeel zeer beslist uitgeborsteld, zooals op FUj. 1 tot 4 te zien is. Hierbij blijft altijd een weinig stuifmeel op den vijftandigen zoom van de helmknoppenbuis achter. Hoe dan door het spiraalsgewijs zich oprollen van de stempelarmen het stuifmeel op het rijpe stempelweefsel komt, is aanschouwelijk door deze figuren voorgesteld.

Voor het afhalen van het stuifmeel van de haren der bloemkroon willen wij hier, als gemakkelijk te vinden voorbeelden, een Klokje, twee Anjelieren en twee Lipbloemigen beschrijven.

Sluiten