is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tahacum, de Gewone of Veld Tabak, bedraagt ze bijna | centimeter.

In de meeste gevallen gaat overigens met do verlenging der bloemkroonbuis een verlenging der helmdraden gepaard. Ten gevolge van dien vereenigden lengtegroei worden de helmknoppen in de kortstijlige bloemen van Lt/cium halimifofium binnen 24 uren een halven centimeter vooruitgeschoven. In de bloemen van het Bilzenkruid, Hi/osci/nmus viyer, die 's morgens zijn opengegaan, staan de helmknoppen zeven millimeter onder den stempel; maar reeds op den avond van denzelfden dag zijn, door den gelijktijdigen lengtegroei van de kroonbuis en de daaraan vastgehechte meeldraden, de helmknoppen tot den stempel opgeheven en worden ertegen aan gedrukt. Bij al deze planten, die zonder uitzondering protogynisch zijn, is overigens in 't begin van den bloei kruisbestuiving mogelijk 011 zij hoeft ook inderdaad door tusschenkomst van insecten zeer dikwijls plaats.

Een hoogst merkwaardig geval vormen ook de grootbloemige soorten van het geslacht Oogentroost, zooals Eu/ihn/ziit L'ostlnriami, rersicolor, Kmieri, en een paar soorten van het geslacht Ratel, n. 1. Jthinmithus iterotiinis en h'hinatitlius alectorolophus, Ruwharige Ratel, |do laatste het eonige van dit 5-tal dat bij ons in 't wild groeit |.

De bloemen van al deze planten zijn aan den stengel ter zijde gekoerd; hun bloemkroon heeft een drielobbige onderlip en een tweelobbige, helnivormig gewelfde bovenlip. Aan de bloemkroonbuis zijn vier meeldraden, als suikertangen gevormd, vastgegroeid. De helmknoppen zijn onder het beschuttend dakje der bovenlip geborgen; de lange, draadvormige stijl is S-vormig gekromd, ligt boven de helmknoppen en steekt in 't begin van den bloei een eind ver buiten of boven do antheren uit, zooals een vroeger gegeven afbeelding op blz. 324 in /'/V/. 4 laat zien. Stempel en helmknoppen zijn nu zóó geplaatst, dat do in do bloem binnenkomende insecten eerst den stempel moeten raken en kort daarop bestoven worden met het uit de strooiende helmknoppen vallend stuifmeel. Als door do insecten verschillende, in uiteenloopende stadia van ontwikkoling verkoerende bloemen na elkander worden bezocht, zijn kruisingen onvermijdelijk. Blijven echter insecten uit, dan verlengt zich do buis der bloemkroon, en daardoor schuiven do eraan vastgehechte meeldraden mee vooruit. Daar do stijl zijn oorspronkelijke lengte behoudt, komt nu do erop gezeten stempel, die tot hiertoe vóór do helniknoppen stond, zeer dichtbij de helmknoppen te staan. De stempel wordt dus, als het ware, door do achter hem aan komende helmknoppen ingehaald. Bij de grootbloemige soorten van Oogentroost, drukt dan de gespannen stijl op de vooruit geschoven helniknoppen, bewerkt, dat zo uiteenwijken en buigt zich naar beneden. Zijn stempel komt daardoor tusschen de nog altijd met stuifmeel gevulde schoteltjes der helmknoppen te staan en wordt daar noodzakelijk bestoven. Bij do genoemde soorten van Ratel, glijdt de stijl langs do helmknoppen voorbij en neemt hot stuifmeel mode, dat op 't eind van den bloei uit do slap geworden strooiers der antheren is gevallen en aan de haren van den helmknop en in do plooien van de bloemkroon is blijven hangen.