Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buitenzijde open, en dien ten gevolge is de hclinknoppenbuis na het opengaan der helmhokjes aan den buitenkant rondom met stuifmeel bezet, (zie Fig. :3). l>e lijnvormige stempelarmen van den stamper, die het stempel weefsel dragen, liggen in dezen tijd dicht tegen elkander aan en zijn nog niet geslachtsrijp.

Daar binnen in de bloem overvloedig honig is, komen veel insecten met name hommels aanvliegen, die in den gedurende den dag ver openstaanden trechter der bloem binnengaan en vaak geheel in de diepte verdwijnen. Als zulk een bezoek gebracht wordt aan jonge bloemen, dat is aan bloemen, die zich pas hebben geopend, dan worden de bezoekende dieren telkens beladen met het stuifmeel, dat zij van den helmknoppenkoker afstrijken. Een paar dagen later gaan de lijnvormige stempels van elkander af, spreiden zich wijd uiteen, krommen zich in een halven cirkel naar beneden en nemen zulk een stand in,

1 «7

Ko ii ander voorbeeld van autopa mie «loor middel van do bloemkroon, (i e nti a n a nsi'fepiudeu. 1. Een bloem kort voor bot eerste opengaan. 2. Open bloem in liet. laatste ontwikkelingsstadium. 8. Lengtedoorsnede van een voor de eerste maal geopende blo» in. 4. Dwarse doorsnede van «leze bloem. ft. Lengtedoorsnede van een bloem, die zi»-h voor de eerste maal gesloten lieel't; men ziet dat aan de inspringende plooien van de kroon stuifmeel gehecht wordt. 6. Lengtedoorsnede van een voor de laatste maal geopende bloem. 7. Dezelfde doorsnede van een voor de laatste maal gesloten bloem; het stuifmeel wordt nu van de plooien van de bloemkroon op de naar buiten gebogen stempels overgebracht. 8. Dwarse doorsnede van de bloem in dit laatste stadium.

dat, de hommels, die zich naar do nog altijd niet opgedroogde honigbron begeven, noodzakelijk langs het vooi bestuiving geschikte stom pol weefsel strijken. Komen die bezoekers uit andere, jongere bloemen, dan brengen ze daaruit stuifmeel mee, voeren dat naar do stempels en veroorzaken aldus kruisbestuiving.

De trechtervormige bloemkroon van deze Gentiaan, is in eigenaardige plooien gelegd, welker beschrijving ons hier te ver zou voeren, maar van welker stand en onderlinge plaatsing de Figuren 1 en 2 van de afbeelding een voorstelling kunnen geven. Als de bloem in den loop van den voormiddag opengaat, worden de plooien wijder; sluit zich «Ie bloem bij zonsondergang, dan reiken de plooien weer ver naar binnen in do ruimte van den trechter, en er heeft tegelijk oen draaiing plaats zoodanig, dat de plooien don stand aannemen, die voorgesteld wordt in de dwarse doorsnede van de bloem in Fig. 4. Zooals te

Sluiten